|
Lakken
Om het frame
te beschermen tegen corrosie, zal men een afwerklaag aanbrengen; gewoonlijk
wordt het frame gespoten met lak. Voor de afwerking dienen de frames zo goed
mogelijk geprepareerd te worden. Bij stalen fabrieksframes is stralen en fosfateren gebruikelijk voor het aanbrengen van de grondlak. Zo worden de
restanten van het vloeimiddel te verwijderd. Dit spul is glashard; het trekt
bovendien vocht aan. Als er resten onder de laklaag blijven zitten, zwellen deze
als puisten er doorheen.
Fosfateren is eigenlijk niet meer dan het hangen van het frame in
een grote bak met fosforzuur. De fosfaatlaag die ontstaat op het staal, biedt een goede hechting voor de
grondlak.
Een
ouderwetse lak is een hars (=bindmiddel) en een pigment (=kleurstof) opgelost in lichte
koolwaterstoffen (=terpentine). Het oplosmiddel verdampt, hars en kleurstof
blijven achter. Het hars reageert met zuurstof, zodat dit na uitharding niet
meer in terpentine oplost. Vroeger gebruikte men natuurlijke harsen,
tegenwoordig veelal alkydhars (=polyester). In spuitbusvorm zijn, naast langzaam
drogende alkydharsen, ook sneldrogende acrylaat- en nitrocelluloselakken
verkrijgbaar. Een ergerlijk verschijnsel bij meerlagen spuiten is dat het
oplosmiddel uit de nieuwe laag de onderlaag nogal eens aantast; probeer het
eerst uit voor je begint. Een moderne tendens zijn de waterbasiscoatings.
Hier is het hars (gewoonlijk acrylaat) d.m.v. een emulgator (=zeep) tot een
dispersie (=brij) vermengd. Door droging verdwijnt het water en het hars
blijft achter.
De meest
hoogwaardige lakken bestaan uit twee componenten.
Zeker aluminium
dient men met 2-componentenlak te spuiten; deze wordt ook voor gewapende
kunststoffen gebruikt.
Na menging dienen ze snel
verwerkt te worden. Er ontstaan “thermoharder” netwerken in de lak (epoxy of
polyurethaan). Een grofmazig netwerk is flexibel en stootvast, en een
fijnmazig netwerk is hard, maar zeker niet stootvast! Als toplaag kiest men
gewoonlijk polyurethaan, omdat dit ongevoelig is voor UV-licht.
Men kan
twee componentenlak langer houdbaar maken door te zorgen, dat een van
de componenten pas bij hogere temperatuur actief wordt, en het gespotene daarna
moffelen (drogen in een oven). Zo'n ovenprocedé wordt ook toegepast in
een andere moderne verftechniek: poedercoatings. Elektrostatisch (positief)
geladen poeders worden op een geleidende ondergrond gespoten en bij 200°C vastgebakken.
Helaas
zijn deze 2 methodes alleen geschikt voor fabrikanten. Doe-het-zelvers gebruiken
nog vaak oplosmiddellakken. Zorg dat de ondergrond vet-, stof- en oxidevrij
is. Gebruik een grondlak; deze bevat metaalmoleculen en -ionen, die een betere
hechting geven aan de ondergrond. Draag bij spuiten een stofmasker en denk
eraan dat er explosieve dampen kunnen ontstaan: pas op met elektrische vonken! Van mij
mag u ook met de kwast verven.
Galvanische processen
Helaas zijn ook deze alleen geschikt voor fabrikanten. Na stralen en ontvetten, kan men
staal vernikkelen of verchromen door een elektrolytisch
proces. Hierbij is het frame de kathode (negatief geladen). De positieve nikkel-
of chroomionen worden aangetrokken door de kathode, nemen elektronen op en slaan
neer. Bij vernikkelen is een stroombron zelfs niet altijd nodig, omdat er nikkelbaden
zijn waarin het nikkel chemisch neerslaat op het staal. Een bijkomend voordeel
van dit proces is de zeer egale laagdikte. Vernikkelen wordt vaak toegepast als
hechtlaag voor verchromen.
Hoewel chroomlagen decoratief en glanzend zijn, raden de buizenfabrikanten het
eigenlijk af.
Chroom is erg hard en er treden vlug haarscheurtjes
op, waardoor onder de chroomlaag corrosie kan optreden. De chroomlaag bladdert
er
dan
makkelijk vanaf; dunwandige buis verliest zo
veel sterkte. Ook verchroomde spaken zijn om deze reden niet aan te bevelen. Het
verchromen zelf gebeurt in baden met chroomzuur en zwavelzuur; deze baden zijn
erg milieuvervuilend.
Aluminium is in principe corrosiebestendig, omdat het oxide een afsluitende laag
vormt, maar bij de sterkere legeringen
is deze eigenschap verloren gegaan.
Galvanische processen voor de bescherming voor
aluminium noemt men gewoonlijk eloxeren. Omdat aluminium niet als kathode, maar
als anode in het proces gebruikt wordt, spreken wij ook wel van anodiseren.
Eerst wordt het vuil verwijderd en hangt men het onderdeel in een zuurbad om de
oxides te verwijderen; vervolgens komt het in een bad met natronloog (5%) waar
het geëtst wordt. Dan komt het als anode in een bad met circa 15% zwavelzuur. Er
ontstaat nu een dikke laag oxides die een beetje poreus is. We kunnen het
onderdeel daarna in een bak met kleurstof hangen; de poreuze laag neemt de
kleurstof op, en moet
daarna verzegeld worden. Dit gebeurt in een bak met nikkelacetaat of
nikkelfluoride. Als we niet
inkleuren, kunnen we de laag verzegelen in een bak met kokend water. Ook daar vormt
zich een goed sluitende oxidelaag. Hard-anodiseren, zoals bij velgen vaak
toegepast, gebeurt met wisselstroom in baden met als actief bestanddeel oxaalzuur (3%),
bij 20-30 ºC. De kleur is grijs tot zwart.
Magnesium is heel erg corrosiegevoelig, maar
door een nieuw eloxoringsproces (Keronite) wordt ook dit materiaal goed
bruikbaar. Bekende toepassingen zijn o.a. vorkpoten voor telescoopvering. Titanium en R.V.S.
zijn corrosiebestendig;
toch spuit men vaak blanke lak over de stickers.
informatie
via Internet
(Engels):
Ook in Australië werkt men af: http://www.coatfab.com/
(Nederlands):
Keronite, ook in
Hengelo:
www.galvanohengelo.nl/downloads/Keronite%20TDS%20NL%20Magnesium%202006%20Januari.pdf
Mensen die hun fiets willen voorzien van replica
stickers:
http://stores.ebay.com/Cyclomondo
Hier is de kans dat je originele stickers vindt groter:
http://stores.ebay.nl/TREX4900-STICKERS-DECALS-SUPERSTORE
Een galvanisch bedrijf in mijn regio:
www.lemmenschroom.nl
Vragen of opmerkingen:
contact
Deze pagina kunt u hier in PDF
downloaden.
|