HET RADIAAL GESPAAKTE WIEL

 

Terug naar de    hoofdpagina. 

   

FIG.1

    De meest eenvoudige manier van wielen spaken is radiaal ( 0x gekruist ). Het kan op drie manieren:                                                                             1. Allemaal buitenste spaken (alle spaakkoppen binnen)      2. Allemaal binnenste spaken (alle spaakkoppen buiten)    3. Om en om.   

    Voor de derde methode zou ik geen enkel argument weten. De tweede methode is volgens sommigen mooier. De eerste methode is het beste; het wiel is ongeveer 10% stijver, omdat de spaken verder uit elkaar staan en de spaakkop wordt beter gesteund door de flens, waardoor hij minder kan werken. Dit is een zwak punt bij radiale wielen; niet alleen spaken breken, maar ook naafflenzen! Deze worden bij radiaal spaken zwaar belast. Een radiaal wiel is echter aerodynamisch, superlicht en superstijf. N.B. Shimano geeft geen garantie op de standaard naven bij radiaal spaken! Bij wieltjes van 20 inch of kleiner, kies ik bij radiaal spaken voor binnenste spaken, omdat er gauw extra stress op spaak komt door verbuiging in de nippel.

     Het maakt niet uit of de velg links of rechts is uitgevoerd. Het plaatje bij FIG.1 is toevallig LINKS; bij een rechtse velg overal waar LINKS staat RECHTS lezen. Steek de spaken van binnen naar buiten door flens A. Begin alle vlechtpatronen steeds vanaf het ventielgat. Steek de eerste spaak LINKS naast het ventiel (a1). Vervolgens naar LINKS a2, a3 enz., tot we weer terug zijn bij het ventiel. We kijken nu langs spaak a1 naar flens B (zie FIG.3), en we kiezen het spaakgat  LINKS van a1 op flens B.  Hierdoor steken we de eerste spaak van binnen naar buiten. We monteren deze spaak LINKS van a1 in de velg tussen a1 en a2 in het gaatje b1. Nu steken we de overige spaken in de flens, en monteren deze in b2, b3 enz., tot we weer bij het ventiel zijn. Als alles goed uitkomt, kunnen we het wieltje opspannen en uitrichten.

    Ook het vlechtpatroon 1x kruis, kan met uitsluitend buitenste spaken gevlochten worden. Uitgaande van FIG.1, steken we gewoon de eerste spaak bij a2 naar binnen, en de tweede bij a1. Zo gaan we de hele velg weer rond. Natuurlijk dient aan de andere zijde de eerste spaak bij b2 naar binnengestoken te worden, en de tweede bij b1. Bij een 1x gekruist vlechtpatroon, slaan we op de velg een gaatje over (bij voorbeeld b1 tussen a1 en a2), zie ook FIG.3 onderaan de pagina.

    We beginnen alle nippels aan te draaien met een schroevendraaier tot er nog één draadgang zichtbaar is op de spaak. Mogelijk staat er dan al spanning op de spaken. Zoniet alle spaken, ronde na ronde, een halve slag draaien, tot er spanning op komt. We werken altijd vanaf het ventiel! Als er zeer veel rondes komen, zijn de spaken te lang en zullen ze door de nippel naar buiten komen. Dit veroorzaakt lekke banden, dus kortere spaken gebruiken, of de spaken afknippen en afvijlen. Zodra er spanning op de spaken komt, ruilen we de schroevendraaier in voor een goede nippelspanner. Als alle spaken even ver zijn aangedraaid en de velg was volkomen rond, zal het wiel ook volkomen rond zijn; dit is het vaak niet. Als er erg veel zijwaartse slag is, dan haal ik deze er eerst globaal uit. Als de velg naar rechts moet, de rechter spaken over het betreffende stuk een halve- of kwart slag vaster zetten, en de linker spaken een halve- of kwart slag losser. N.B. Wanneer we alleen de rechter spaken vaster zetten, introduceren we feitelijk een hoogteslag!

     Als het wiel een beetje recht is, gaan we op hoogteslagen controleren. "Deuken" zijn er lastiger uit te halen als "hobbels". Bedenk dat de naaf de krachten op de spaken doorgeeft naar de andere kant van het wiel. Terwijl je zowel links als rechts, de spaken bij een hobbel aantrekt, moeten de ertegenover liggende spaken losser; anders is de kans groot dat we van een "eivormig" naar een "ellipsvormig" wiel gaan. Bij een deuk zet je bij voorbeeld 2 rechtse en 2 linkse spaken een halve slag losser, en alle andere een kwartslag vaster. Bij de las (vaak door een sticker gecamoufleerd) kan soms toch een vervorming blijven. We nemen nu een wielnaafuitlijner en kijken of de velg in het midden staat. Dit is een eenvoudige beugel met een stelschroef in het midden; eerst aan de ene kant tegen de velg houden en de stelschroef tot aan de naaf draaien; daarna aan de andere kant houden: de stelschroef moet nu weer precies aan de naaf raken. Als dit niet het geval is: alle spaken aan de kant waar de velg naartoe moet, vaster zetten, en de andere kant evenredig losser. Zodra de hoogteslagen eruit zijn, gaan we de restanten van de zijslagen eruit halen. Tijdens het op spanning brengen knijpen we regelmatig het hoge kruis van de spaken samen om spaak te "zetten". Nu moet er al flink wat spanning op de spaken staan; het is dan nuttig om met een doorslag en een hamer alle spaakkoppen een tik te geven. Dit versnelt het zetten van de kop in de flens; het wiel zal daardoor in de eerste kilometers niet of nauwelijks spaakspanning verliezen. Dat het werkt, blijkt door het feit dat weer opnieuw slagen moet richten.

     Heeft de velg geen hoogteslag en geen zijslag meer, en staat hij ook nog in het midden, dan brengen we de spaken op eindspanning. Hoe strak is dat nu? Strak! Knijp maar eens in een wieltje van een goede vakman. Betere velgen, spaken en naven kunnen hogere spanningen aan. Daarbij kunnen we minder spaken gebruiken. De minimale spaakspanning die ik aanbeveel, is 500N (voor een 70kg rijder en 36 spaaks wiel); dat betekent voor het achterwiel met pion, dat de aandrijfzijde toch al op 700N spaakspanning komt te staan! Voor goedkope aluminium velgen, zonder bussen of versterkingsringen, is dit al in de gevarenzone. Er bestaan apparaatjes om die spanning te meten o.a. van DT en Parktool. De kwaliteit van naven, velgen en spaken moet bij elkaar passen. Een wiel met matige componenten kan, mits vakkundig gespaakt, een acceptabele levensduur hebben.

 FIG.2  Een 36 spaaks radiaal wiel met speciale flenzen voor rechte spaakkoppen.

 FIG.3  Een 20 spaaks wiel met aerovelg en aerospaken, 1X gekruist , alle spaakkoppen binnen. Dit wieltje heeft een collega met een achternaaf. De vraag is dan, spaak je over een of over twee. Het laatste zou mijn keuze geweest zijn als de nippel niet zo strak had gezeten, dus toch maar over een; de spaakbelasting door de aandrijving is nu wat hoger. Het setje zit in een van mijn eigen fietsen en we zien wel of dit een juiste keuze is.

Terug naar de hoofdpagina.