|
Goed gereedschap is het halve werk, zegt men
wel. Dat is ook zo; het klungelen met slecht passende sleutels of het ontbreken
van de juiste hulpstukjes, bepaalt vaak de tijd die je kwijt bent aan een
reparatie of onderhoudsbeurt. Nog vervelender is de schade, die kan ontstaan
tijdens het werken. Slecht gereedschap is gemaakt van verchroomd kaasstaal. Het
blinkt mooi in de winkel, maar zodra je er kracht op zet, vervormt het, en
beschadig je niet alleen het gereedschap, maar ook je onderdelen. Grote namen
van gereedschapsfabrikanten geven meer zekerheid dan Chinese klonen bij de
bouwmarkt. Toch zitten daar ook sets tussen, die nauwelijks in kwaliteit
onderdoen voor Gedore.
Feitelijk is er maar een plek waar gereedschap zich kan bewijzen: IN DE WERKPLAATS!
Voor de professionele gebruiker ligt het simpel; die moet voor topkwaliteit
kiezen.
De belastingdienst pikt het niet, dat je elk jaar je gereedschap afschrijft.
Gemiddeld moet het zo'n 10 jaar lang meegaan, en dat lukt soms zelfs niet met
kwaliteitsgereedschap.

FIG.1 Mijn Campagnolo kist uit
1980: de natte droom van menige monteur en hobbyist; dit
is heel goed gereedschap!
In de tijd dat
Campagnolo bij racefietsen de maten bepaalde, bevatte
hun gereedschapskist (groot model, zie FIG.1) het juiste
materiaal om het kale frame op te bouwen met hun
onderdelengroepen. De meeste andere fabrikanten pasten
zich qua maten aan, zodat er niet veel extra gereedschap
gekocht hoefde te worden. Het duurste materiaal uit de
kist zijn de frezen en de draadsnijders. Ook de Franse
firma VAR en de Italiaanse firma Cobra maakten toen dit
soort gereedschapskisten. Deze waren beduidend
goedkoper; de
fabrikant
Roto-Cobra heeft bovendien het voordeel dat hun snij-ijzers en frezen uitwisselbaar zijn met Campagnolo.
Zij leveren in elk geval nog wel..........
Losse frames waren destijds meestal niet
echt montageklaar; na het solderen werd het frame
gericht, gestraald en gelakt. De balhoofdbuis was niet
altijd 100% haaks en de binnenmaat was te
klein voor montage van de
balhoofdset. Bovendien konden er verfresten in de buis
en het bracket
zitten, die de lagers scheef drukten.

FIG.2a Campagnolo gereedschap in actie:
de frezen en draadsnijders.
FIG.2b Cobra: uitwisselbaar met Campagnolo
Met de frees nummer 1 werd de
binnenmaat op 30,0mm gebracht en de balhoofdbuis haaks
gevlakt. Deze handeling werd aan de onderzijde en de
bovenzijde gedaan. De voorvork werd met frees nummer 2,
bij de vorkkroon teruggebracht tot een diameter van
26,4mm en de zitting voor de onderste conus van het
balhoofdlager werd haaks gevlakt op de
binnenbalhoofdbuis. Het balhoofdlager kon nu perfect
gemonteerd worden. Soms was het nog nodig om de
schroefdraad van de binnenbalhoofdbuis nog eens na te
snijden; ook hiervoor was een snijplaat in de kist
aanwezig. Vervolgens werd met de draadtap nummer 3 de
draad in het bracket nagesneden. Hierbij werden verf- en
soldeerresten verwijderd. Daarna werd een geleidebus
(4), met twee hulpsleuteltjes in het bracket gemonteerd
en kon met vlakfrees nummer 4, het bracket haaks op de
schroefdraad gevlakt worden. Uiteraard waren er voor
Engelse, Franse en Italiaanse frames, andere
draadsnijders en geleidebussen (er werd maar een soort
in de kist meegeleverd!).
Met M10x1 werd de draad van
het derailleuroog nagetapt; met M3x0,5 werd de doorgang
van de stelschroefjes in de achterpatten schoongemaakt
en met M5x0,8 de schroefdraad van de bidonhouders. Deze
tapjes zaten niet standaard in de Campa-kist. Daarna
nog even met een instelbare ruimer door de
zitbuis om krassen op de zadelpen te voorkomen (ook niet
in de kist). Met de pattenrichter werd de voor- en
achtervork gecontroleerd op scheefstand en afstand.
Hierbij keek ik nog met de frameliniaal of de achtervork goed
in het midden stond. Nu was het frame geheel
montageklaar. Het inpersen van de balhoofdcups gebeurde
met wat andere hulpstukken, via frees nummer 1. Dit
was tamelijk omslachtig. De firma VAR en de firma Hozan
hadden hiervoor een fijner stuk gereedschap.
De
huidige frames in carbon en aluminium zijn beter
afgewerkt. Veel afmetingen van frames en onderdelen zijn
in de loop der jaren gewijzigd. Het gereedschap van Cyclus
is veelzijdiger dan het oude Campagnolo spul en daarom
heeft mijn Campa-kist een nieuwe eigenaar. Het
fetisjkarakter van het merk zorgt ervoor, dat dit nog
aardige prijzen oplevert.
Ook in de jaren 70 en 80, was er
een wildgroei aan hulpstukjes, bij voorbeeld voor het
demonteren van freewheels. Helaas is deze trend steeds
erger geworden. Het marktaandeel van Campagnolo is ver
geslonken en daarmee ook de neiging om een standaard
volgen. Elke fabrikant houdt er nu een eigen standaard
op na. Vooral van Shimano heb ik een doos hulpstukken,
die ooit bij de introductie van een nieuwe groep voor
montage of onderhoud nodig waren. Bij de volgende groep,
een jaar later, moest er weer ander gereedschap
aangeschaft worden. Tientallen euro's ligt te wachten
tot ooit er iemand langs komt die nog zo'n oud onderdeel
heeft. Campagnolo maakt nauwelijks gereedschap meer;
feitelijk ook alleen nog maar hulpstukjes.
Het echte fietsenmakergereedschap
komt van VAR, Cyclus, Parktool, Eldi en Hozan. Op
de doe-het-zelf markt zien we veel LIFU, BBB, Minoura,
Tackx etc.; onder andere namen kom je vaak precies
hetzelfde gereedschap tegen. Dit materiaal is vaak
helemaal niet slecht van kwaliteit en als je er niet
elke dag mee werkt, gaat het lang mee. Kortom voor
de doehetzelver is het goed genoeg. Het gereedschap van
Cyclus en Parktool, is via internetsites als
www.rose.de en
www.chainreactioncycles.com tegen heel redelijke
prijzen verkrijgbaar. Veel echte gereedschapshandels leveren
alleen aan de vakhandel en niet aan particulieren.

FIG.2a Gebr.Koets: de moeder aller
wielrichters
FIG.2b Preciray (o.a. via VAR)
In de loop der jaren heb ik met
allerlei gereedschap gewerkt. Als het prijsverschil
tussen professioneel en amateurgereedschap erg groot is,
probeer ik het gewoonlijk eerst met goedkoop materiaal. Als ik
het veel gebruik en behoefte heb aan het echte
gereedschap, is het tijd om te investeren. Ik heb
jarenlang goedkope wielrichtbokken gebruikt (zie FIG.2a). Daarna heb
ik mijzelf eens getrakteerd op een tweedehands Preciray (zie
FIG.2b); dat had ik misschien eerder moeten doen.

FIG.3 Spaakdraadwals Hozan FIG.4 Cyclus spaakdraadwals
De voorraden
verkrijgbare spaken zijn steeds verder afgenomen; alles
heeft een lange levertijd en is alleen in grotere
aantallen verkrijgbaar. Een apparaat dat ik nu wil gaan
vervangen is mijn Hozan spaakdraadwals. Dit ding gebruik
ik hoofdzakelijk als ik toevallig een, of enkele spaken
van een bepaalde lengte nodig heb. Het wordt steeds
moeilijker een afwijkende spaakmaat te krijgen. De Hozan
geeft helaas geen gelijkmatige draadkwaliteit en
draadlengte; de vervanger moet dat wel gaan doen. Cyclus
heeft een betere, maar die is helaas 1500 euro duurder; dat
gaat boven mijn budget.
De richtbok, de nippelspanner en de wielnaafuitlijner
vormen het gereedschapvoor de wielenbouwer. De nippelspanner is het goedkoopste onderdeel, maar
bezuinig hier niet op. Als het staal niet hard genoeg is, mol je de nippels.
Spokey is goedkoop en bruikbaar voor 14er nippels. De naafuitlijner is het minst
kritisch; zelf heb ik 'n oude Minoura. Die jongens maken ook al 25 jaar een
goedkope en bruikbare bok.
Wie professioneel
wil bouwen,
heeft tegenwoordig ook
nog een spaakspanningsmeter nodig.

FIG.5 De Parktool meter
FIG.6 Tabel + spaakdikte meter
FIG.7 Werkingsprincipe
De werking
van de spaakspanningsmeter van Parktool (FIG.5): Het apparaatje bevat een
veer met een bepaalde voorspanning. Je houdt de spaak op twee plaatsen
vast (onderaan bij de stippellijn) en laat de veer los. De spaak
(FIG.7) zal nu
ingedrukt worden over de hoogte H en de meter zal over een deel van de
schaal bovenaan uitslaan. Het aangewezen getal moeten we aflezen
en vergelijken met een tabel (FIG.6) waarin de spaakdikte en vorm verwerkt is.
Voor het meten hiervan, is een handig hulptooltje meegeleverd. Met deze twee gegevens
kunnen we de spaakspanning opzoeken.
Zeker als we relatief meten (per
spaak in een wiel), kunnen we hier prima mee werken. Als we de absolute
spaakspanning willen weten, is deze meetmethode misschien niet
nauwkeurig genoeg. De meter van Parktool is betaalbaar, maar mogelijk
zal bij veelvuldig gebruik de veerspanning wat afnemen. Parktool biedt
de mogelijkheid de meter opnieuw te laten calibreren, maar dat is bij een
nieuwprijs van 80 euro vermoedelijk niet echt interessant. Er zijn meer fabrikanten die dergelijke meters aanbieden, zoals DT-Swiss; hieronder zien we
twee modellen, een analoge FIG.8
en een digitale meter FIG.9. De meetwaardes
van het laatste apparaat kunnen direct in de computer verwerkt worden.
Het meetprincipe is identiek aan Parktool en Hozan
FIG.10.
De meters van DT
en Hozan zijn hoogwaardiger, maar al gauw
zo'n 200 euro duurder.

FIG.8 Analoge meter DT
FIG.9 Digitale meter van DT
FIG.10 Spaakspanningsmeter Hozan Nadere
informatie bij de importeur van Hozan:
http://www.buzaglo.nl/ .
DT Swiss:
http://www.dtswiss.com/Products/Proline.aspx , in Nederland
vertegenwoordigd door Juncker:
http://www.juncker.nl/ .
Parktool:
http://www.parktool.com/products/category.asp?cat=3 Ik weet niet
wie Parktool in NL importeert; de meter is verkrijgbaar via webwinkels als:
www.bike2build.nl. In Engeland
kosten dezelfde meters beduidend minder:
http://www.chainreactioncycles.com/Categories.aspx?CategoryID=241
informatie
via Internet
Vragen of opmerkingen:
contact
|