De eerste fietswielen
waren wagenwielen met houten spaken en velgen, versterkt met een ijzeren
band. De ijzeren band werd tijdens het bouwen van het wiel heet gestookt en om de
houten structuur gekrompen. De houten velg en spaken staan dus onder druk. Toen men
de houten spaken verving door stalen, zette men trekkracht op de spaken; zo
kwam de velg ook onder druk te staan. Het spaakpatroon bleef radiaal d.w.z.
de spaken liepen recht van naafhuis naar velg. Zo'n patroon is ongeschikt om
de krachten van aandrijving en remmen op te nemen. De naaf zal de spaken
eerst "opwinden" voor de kracht doorgegeven wordt. Door de spaken kruisend
te monteren, ontstond een wiel dat deze krachten wel kon opnemen. In
FIG.1a zien we de aandrijfzijde van een achterwiel met (terugtrap)remnaaf. Als we
twee naast elkaar gelegen spaakgaten in de naafflens bekijken, b.v. de
spaken D2 en B1, zien we het volgende:
FIG.1a
FIG.1b
1. De spaakkop van spaak B1
zit aan de buitenkant van de naafflens. Deze spaak is dus van buiten naar
binnen gestoken; de spaakkop van D2 zit aan de binnenkant en is van binnen
naar buiten gestoken. A1,B1,C1...enz. heten de binnenste spaken;
A2,B2,C2...enz. heten de buitenste spaken.
2. De spaak B1 kruist op weg
naar de velg, aan de aandrijfzijde, de volgende spaken: eerst D2 (z.g..
lage
kruis), dan C2 en B2 (z.g.. hoge kruis). We noemen dit vlechtpatroon: over
drie, 3x
gekruist, 3 kruis, of 3x. De hoek tussen D2 en B1 is ±120°. Soms
zien we in oudere literatuur afwijkende benamingen voor spaakpatronen. Het
vlechtpatroon 3X duidt men dan aan met kruis over 4. Hier bedoelt men: het
hoge kruis omvat 4 spaakkoppen. Kijk eens goed naar figuur 1! Het
vlechtpatroon 4X, duidt men aan met kruis over 6.
3. We zien dat spaak D2 over
B1 en C1, maar onder D1 doorgaat. We zien dat spaak B1 onder D2 en C2, maar
over B2 loopt. Dit is wielen vlechten. Bij goedkope robot gespaakte wielen
zal D2 over B1, C1 en D1 gaan; B1 zal onder D2, C2 en B2 lopen! Moderne
robots kunnen ook vlechten, maar de productie in wielen per uur, daalt dan.
4. De kracht van de
aandrijving (rechtsom), zal door alle spaken doorgegeven worden naar de
velg. De spaken A1, B1,.. enz. worden op trek belast: de trekkende spaken. De
spaken A2, B2,.. enz. worden "ontlast"; deze noemt men de statische spaken. In
FIG.1a worden de binnenste spaken op trek belast. Als we remmen is het
krachtverloop andersom: de buitenste spaken worden nu op trek belast.
5. De
remkrachten van een naafrem zijn groter dan de aandrijfkrachten; de
buitenste spaken zijn in dit wiel het sterkst, omdat de hoek met de naaf in
het verticale vlak kleiner is. Dit is de reden waarom de velgen in een
toerfiets met remnaven RECHTS worden uitgevoerd en rechtsom gespaakt!
Als we in het velgbed kijken, zit het spaakgat boven het ventiel rechts uit het midden (zie
FIG.1b).
Een spaak kan alleen krachten in zijn lengterichting
doorgeven. Om een kracht over te brengen van naaf
naar velg, of omgekeerd, zullen de spaken strak
moeten staan. Als een spaak op druk belast wordt,
neemt de spaakspanning evenredig af. Dit kan tot
gevolg hebben dat, bij onvoldoende voorspanning, de
nippel losloopt door trillingen. Losgelopen spaken
zijn net zo erg als gebroken spaken; ze dragen niet
bij tot de sterkte van het wiel. De andere spaken
zullen dus hoger belast worden.
FIG. 2
TABEL 1

De spaaklengte
wordt opgegeven in millimeters; de dikte met een inchmaat. In een
kindercrossfietsje zitten spaken nr. 12 d.w.z. 1/12 inch; hoe hoger het
nummer, hoe dunner de spaak.
Spaken breken bijna nooit in het midden, maar vrijwel altijd
bij de spaakkop en soms in de nippel. De duurdere spaken hebben daarom
verdikte uiteinden (double butted, zie FIG.2a). Een veel gebruikte racespaak
is 14-15-14; single butted komt soms ook voor: b.v. 13-14, zie FIG.2b. De
moderne aerodynamische spaken hebben een rechte conische kop zoals bij
FIG.2b en een afgeplat middendeel. Het
dunne middendeel van de kwaliteitsspaak heeft een belangrijke functie.
Doordat de spanning in het dunste deel het hoogst is, zal de spaak hier
elastisch rekken. Dit voorkomt piekspanningen in de kop en de schroefdraad,
de zwakke plekken. De spaak is dus niet sterker, maar de kans op spaakbreuk
is kleiner!
De staalsoorten
van spaken hebben een treksterkte van ongeveer 1200
N/mm2.
Dit betekent dat een spaak nr.14 (1/14" = 2mm dik)
pas zal breken bij een belasting groter dan 3200 N.
Toch is een hoge treksterkte niet het belangrijkste
gegeven van een spaak; rekgrens en
vermoeidheidsgrens zijn veel belangrijker. Staal zal
bij belasting uitrekken; in eerste instantie is dat
elastische rek d.w.z. zodra we de spanning eraf
halen, veert hij terug tot de oorspronkelijke
lengte. Bij hoge belastingen vervormt de spaak
permanent; dit heet de rekgrens. Als de
spaak over de rekgrens belast wordt, neemt de
voorspanning af; deze grens ligt rond de 900 N/mm2.
Voor de meeste spaken mag de totale som van de
belastingen niet hoger
zijn dan 2200N! De vermoeidheidsgrens wordt bepaald
door bestendigheid tegen wisselende belastingen:
voor een goede spaak meer dan 1 miljoen maal. De
spaakfabrikant Sapim geeft voor hun CX-ray zelfs 3,5
miljoen cycli. Is dat nou veel? Vergis u niet:
na 2000 km heeft het wiel al 1 miljoen omwentelingen
gedraaid. Dit doet spaken breken: niet de te hoge
spanning, maar metaalmoeheid; gelukkig is staal hier
niet zo gevoelig voor.
Goedkope spaken zijn van koolstofstaal, tegen roest
beschermd door verzinken, vernikkelen of verchromen.
Kwaliteitsspaken zijn van chroomstaal, als X30Cr13 (Hoshi),
of chroomnikkelstaal zoals X5CrNi18-8 (Sapim en
Alpina) en X5CrNi18-10 (DT). Rijke grammenjagers
kunnen zelfs titanium spaken kopen bij DT. De
nippels zijn meestal van vernikkeld messing; dure
nippels zijn van sterk aluminium. Voor
speciale wielen zijn er kunststof spaken
verkrijgbaar o.a. Vectran spaken voor Spox wielen en
carbonspaken van het Taiwanese CN-spokes. Alle
speciale spaken zijn duur, € 5 tot € 10 per stuk en
passen vaak slechts in een type wiel. Mavic
gebruikt voor de Ksyrium SL aluminium spaken van
Zicral (AA 7075). Deze legering is van de aluminium
soorten het minst gevoelig voor metaalmoeheid. De
vermoeidheidsgrens van staal ligt toch altijd nog
hoger.
DE STATISCHE
SPANNING (=VOORSPANNING) EN DE
GEWICHTSBELASTING
We beginnen met een
theoretisch experiment: we nemen een absoluut
stijve velg en we bevestigen daarin een naaf
aan twee recht tegenover elkaar staande spaken
(radiaal). Als we tijdens het op spanning brengen
van de spaken met een spaakspanningsmeter de
kracht die de nippels uitoefenen op de spaken meten,
blijkt dat de spanning in beide spaken exact gelijk
blijft: ACTIE = - REACTIE! We brengen de
spaakspanning op 500 Newton (N). We zetten dit wiel
nu rechtop, met de spaken verticaal, en hangen 'n
gewicht van 10 kg aan de naaf. Dit zal een kracht van
100 N uitoefenen. De spanning in de bovenste spaak
wordt geen 600 maar 550 N (in de onderste 450 N).
Beide spaken dragen evenveel bij aan de sterkte van
het wiel; de spanningswisseling per spaak is de
helft van de extra belasting!
Alle spaken in het wiel nemen een deel van de
gewichtsbelasting voor hun rekening; hoe meer spaken
hoe lager de spaakbelasting.
In
de praktijk is het gecompliceerder. We nemen een 36 spaaks voor- en achterwiel
met spaken nr.14 (2mm dik), en een voorspanning van
800N. Als we zo'n wiel in een fiets zetten van 10
kg, met een rijder van 80 kg, zal ongeveer 2/3 van
het gewicht op het achterwiel rusten (60 kg). Het
gewicht drukt de naaf naar beneden. Doordat de velg
enigszins meegeeft, is het effect van
spanningsvermindering onder groter dan dat van de
extra belasting voor de bovenste spaken. In feite
neemt in 5 naar beneden wijzende spaken de spanning
af, in alle andere spaken neemt de spanning toe. Bij een 36 spaaks achterwiel met 60 kg druk erop is de
"ontlasting" ongeveer 200N en de extra belasting
10N. Bij het fietsen zal de spaakspanning van dit
wiel, in elke spaak, bij elke omwenteling (dus 500
maal per kilometer), variëren tussen 600 en 810N.
In
een 20 spaaks uitvoering van het achterwiel met
dezelfde velg, is de afname van de spanning door
gewichtsbelasting 250N en de toename 30N. De
spanningswisseling neemt met 33% toe; dit is
misschien minder als je zou verwachten. Hoge
stijve velgen geven minder variatie in spaakspanning
en zijn voor wielen met weinig spaken zondermeer
verplicht. De Rolf wielen hebben de spaken in paren
staan; de gaatjes in de velg zijn dus niet evenredig
verdeeld. Doordat er nu twee spaken tegelijk ontlast
worden, is de variatie in spaakspanning kleiner.
In
een modern 16 spaaks voorwiel is de spaakspanning
1000 tot 1200N (aan beide zijden gelijk). In
paraplugespaakte achterwielen met 16 spaken kan de
spaakspanning flink oplopen. Links is de spanning
soms 900 N en rechts in het spakenscherm aan de
cassettekant zelfs 1500 N! Hier zitten we aan de grens
van het toelaatbare.
STOOTBELASTINGEN EN REM- EN AANDRIJFKRACHTEN
Niet alleen voor gewichtsbelasting, maar ook
voor rem- en aandrijfkrachten, geldt: alle spaken
dragen bij aan de sterkte van het wiel. Hoe meer spaken, hoe lager de
belastingswisseling per spaak! De variatie in
gewichtsbelasting is voor elke spaak gelijk, en
onafhankelijk van het vlechtpatroon.
Naast statische spanning en
gewichtsbelasting, werken ook nog
stootbelastingen op de spaken. Het rijden door
kuilen en tegen stoeprandjes, levert niet alleen
zeer hoge belasting, maar vooral ontlasting (!) van
de spaken op ( > 250N !). Als de statische spanning
van de spaken te laag is, zal de nippel zich door
deze krachtenwisselingen loswerken. Wielen zijn
stijf ten opzichte van de band. Toch kan het op 7
tot 10 bar brengen van de bandjes of tubes, de
spanning van de spaken met 30 tot 40N doen zakken!
Een factor die extra spanningen oproept, is het
staand klimmen. De wielen blijven dan niet in het
horizontale vlak. Door het heen en weer slingeren
ontstaan grote zijdelingse krachten, die leiden tot
een stijging van de spaakspanningen. Vooral aan de
pionzijde van het achterwiel, kunnen extra
spanningen optreden van 200 tot 300 Newton!
De bovenstaande krachten zijn onafhankelijk van
het vlechtpatroon, evenals de remkrachten van
velgremmen (deze gaan dus niet door spaken en
naven!). Deze remkracht werkt op twee plaatsen;
bovenaan de velg bij de remblokken en onder de band.
De reactiekracht komt van de voorvork. Deze duwt de
naaf naar voren; de voorste spaken worden ontlast en
de achterste spaken extra belast. Dit zijn de spaken
die tijdens het rijden het minst belast worden,
daarom spelen remkrachten van velgremmen nauwelijks
een rol. Wat wel een rol kan spelen is het
verschuiven van het gewicht. De druk op het
achterwiel neemt bij remmen af en de druk op het
voorwiel neemt toe; in het extreme geval rust alle
gewicht op het voorwiel.
Remkrachten van naaf- of schijfremmen
werken wel op de spaken; nu worden de
statische spaken op trek belast. De spaakbelasting
is dan o.a. afhankelijk van het
vlechtpatroon. Remkrachten zijn soms dubbel zo
hoog als aandrijfkrachten. Het verdient aanbeveling
bij remnaven of schijfremmen zeer sterke spaken te
gebruiken. Als de rekgrens overschreden wordt, daalt de voorspanning
en wordt het wiel instabiel!
De spaakbelasting door het aandrijfkoppel, is o.a. afhankelijk van rijder, verzet en
naafflenshoogte. We rekenen even alsof dit koppel
constant is; in werkelijkheid heeft het een sinusvormig karakter.
De piek van de kracht zal 1,3-1,5 X hoger liggen;
bij een spurt zelfs 2-3 X zo hoog.
Als een 75 kg wegende combinatie
van rijder + fiets tegen een 18% helling omhoog
gaat, is de theoretische kracht voor de aandrijving
750N x0,18= 135N. Het moment dat geleverd wordt, is
dan 135N x 0,335m (straal van het wiel)= 45Nm.
Ditzelfde moment gaat door de naafflenzen en de
spaken. Stel de straal van de flens is 0,025m, dan
is de kracht daar: 45Nm:0,025m= 1800N! In ons
voorbeeld met een flens van 5 cm en 36 spaken zou de
extra belasting 50N per spaak zijn, als de spaak
tenminste precies haaks op de hartlijn door de
naafflens zou staan.
In een 36 spaaks wiel, 3X gekruist, liggen de
theoretische waardes iets hoger : circa 58 N. We
gebruiken deze waarde als standaard voor de
berekeningen in tabel 2.
We
geven bovendien de relatieve zijdelingse
stijfheid en relatieve torsie
stijfheid t.o.v. 3x gekruist.
|
Vlechtpatroon |
Theoretische spaakbelasting |
Relatieve zijdelingse stijfheid in% |
Relatieve torsie stijfheid in%
|
|
4X
|
51 N
|
91 |
116
|
|
3X |
58 N
|
100
|
100 |
|
2X
|
78 N |
108 |
60
|
|
1X
|
193 N |
114
|
19 |
|
0X
|
ONEINDIG
|
116 |
0 |
TABEL 2:
De theoretische belasting
in
een 36 spaaks wiel
bij een aandrijfkoppel van 45Nm en een flensdiameter
van 5cm.
FIG.3

Wanneer we een trekkende spaak S (zie FIG.3) in een
3x kruisend wiel bekijken, zien we dat de
aandrijfkracht Fa, loodrecht werkt op de
hartlijn van de naaf. De spaak S kan echter alleen
krachten opnemen in zijn lengterichting. Er ontstaat
een kracht Fs in de spaak, die de
aandrijfkracht overbrengt, waarvan de tangentiële
component Ft, de torsie van het wiel voorkomt. Ft
is altijd gelijk aan Fa, maar
tegengesteld; Fs wordt zo groot als
noodzakelijk om Ft = -Fa te
krijgen. Bij een 3X kruisend wiel is hoek
a
ongeveer 60°, dus Fs = 50N : sin60° =
58N. Er ontstaat tevens een radiale component Fr die de zijdelingse stijfheid verbetert.
Naarmate hoek
a
groter wordt, nemen Fr en Fs
in grootte af. Als hoek
a
negentig graden is, geldt Ft = Fs:
de spaakbelasting is dan minimaal. Helaas is dan Fr =0,
hetgeen ten koste gaat van de zijdelingse
stijfheid. Als
a
groter is dan 90 graden, neemt de spaakbelasting
weer toe, terwijl Fr negatief wordt. De
zijdelingse stijfheid gaat daardoor snel achteruit.
Als de hoek
a
kleiner wordt (een minder kruisend
vlechtpatroon), nemen Fs en Fr toe, want Ft blijft gelijk! De
spaakbelasting door aandrijfkrachten (torsie)
neemt dus toe. In een radiaal gespaakt wiel is Fs
theoretisch oneindig groot. In de praktijk zal de
naaf zich "opwinden"; hierbij zal de spaak
aanzienlijk rekken. Als de spaak over de rekgrens
belast wordt, neemt de voorspanning af. Een wiel waarin aandrijf- of
remkrachten op de naaf komen, mag daarom niet
radiaal gespaakt worden!
In de praktijk zijn de
spaakbelastingen voor de flens aan de kant van het
tandwiel hoger. De naafflens aan de aandrijfzijde
neemt meer kracht op, omdat de stijfheid van de naaf
beperkt is. Bij een stijve naaf, b.v. de Sturmey
Archer 3 versnellingsnaaf, zal een spaak uit het
rechter scherm 60% opnemen en ‘n linker 40%. Bij een
aluminium naaf zijn de waardes veel ongunstiger;
hier neemt rechts 85% op en links 15%. Voor 36
spaaks wielen zijn 3x en 4x kruisend geschikte
spaakpatronen. Het 4X kruisen levert problemen op
met een lage flens naaf, omdat de spaken over elkaar
gaan lopen. Bij hoge flenzen gaat het prima. Een
hoge flens geeft bovendien een lagere
spaakbelasting door aandrijving dan een lage flens; als de flens twee
maal zo hoog is, wordt deze belasting gehalveerd.
Naarmate meer spaken in het
wiel zitten, kunnen we vaker kruisen. Een 48 of 44 spaaks wiel, kan 5x gekruist worden zonder dat de
hoek
a
groter wordt dan 90 graden. Een 40 of 36 spaaks wiel
kan max. 4x gekruist worden. Een 32 of 28 spaaks
wiel 3x; 24 of 20 2x, een 16 spaaks 1x.
Let op;
hoek
a
is bij een eenmaal gekruist 16 spaaks wiel ± 30°. De
theoretische belasting door aandrijfkrachten is
hoog: (1800N:16): sin30°= 225N per spaak!
Afhankelijk van de stijfheid van de naaf liggen de
werkelijke krachten in het rechterscherm liggen
hoger: tot ± 400N. Dit was de strak gespaakte kant,
die een voorspanning had van 1500N. Daar komt de
gewichtsbelasting nog bij en ook nog
stootbelastingen van kuiltjes. Voor lichte rijders
kan het wel, maar de zware jongens doen er
verstandig aan wat meer spaken te nemen. Bij 20
spaken kun je bij voorbeeld 2X kruisen, dat geeft
een lagere belasting door aandrijfkrachten; ook de gewichtsbelasting
wordt kleiner. Bij Campagnolo lost men het probleem
op, door de aandrijfzijde met dubbel zoveel spaken
uit te rusten.
Bij kleine wielen, zoals 20 inch, kun je met minder spaken en minder
kruisen genoegen nemen. De spaak komt anders te schuin in de
velg (gevaar voor spaakbreuk in de nippel). Kleine
wielen zijn sowieso sterker en stijver; ze hebben
bovendien een lagere spaakbelasting (een kleinere
aandrijfkracht en meer toeren per minuut ).
Het is al vaker opgemerkt dat de spaken vooral
breken achter de kop (in de flens). Het enige dat we
als wielenbouwer hieraan kunnen doen, is zorgen dat
de spaakkop zo perfect mogelijk past. Als de gaatjes
in de flens scherpe randen hebben, kunnen we deze
met een boortje of vijltje afronden. Als er ruimte
is tussen de spaakkop en de flens, dient deze zo
mogelijk weggewerkt te worden met vulringetjes; een
omslachtige maar effectieve methode. Sommige
fietsenmakers versterken zwaarbelaste wielen, door
om het hoge kruis een koperdraad te wikkelen en deze m.b.v. een soldeerbout vast te solderen. Het kan
helpen spaakbreuk te voorkomen door toegenomen
stijfheid en vermindering van trillingen, maar als
er toch een spaak breekt, is het lastiger te
repareren. Uitgevoerde testen van zo'n wiel laten
geen meetbare verbetering zien.
Een geheel ander ontwerp voor spaakpatronen is links
3x gekruist en rechts radiaal; dit wordt o.a. bij
Shimano schijfremwielen toegepast. Dit vereist een
zeer stijve naaf, want de aandrijfkrachten gaan
geheel door de naaf naar links. We zouden ook
rechts 1x kunnen kruisen en links 3x om de
aandrijfkracht beter te verdelen over beide flenzen.
Nog een ontwerp: kies bij 3x gekruist
wiel de statische spaken 3mm korter als en de
trekkende spaken 3mm langer (voor een 28" 36 gaats
wiel). De statische spaken krijgen nu een hogere
voorspanning (voorkomt loslopen), en de trekkende
spaken een lagere belasting door aandrijfkrachten
(vergelijkbaar met 4x gekruist).
Midden jaren
negentig verscheen het "snowflake-wheel" weer eens (zie FIG.4).
Hierbij zijn de trekkende en statische spaken in
elkaar gedraaid. Het ziet leuk uit en het is stijf,
maar andere voordelen zijn er niet. De belasting in
de schuin staande nippels is hoog. Het probleem van
wielen is helemaal niet het gebrek aan stijfheid,
maar metaalmoeheid en daarvoor biedt dit wiel geen
oplossing. Gelukkig is ook deze mode weer voorbij.
FIG.4
FIG.5
Nog een "fout" ontwerp.
Rechts 12 trekkende spaken en 6 statische spaken en
links 3x gekruist. Dit ontwerp is met de standaard 3x
spaaklengte te maken. Het gaat uit van de klassieke
denkfout, dat alleen trekkende spaken bijdragen aan de
sterkte van het wiel. Een statische spaak met voldoende
voorspanning doet dit ook! Dat brengt ons bij het enige
voordeel van dit ontwerp: de spanning in de statische
spaken is hoger, maar veel te hoog om aanbevolen te worden
als bruikbaar spaakpatroon.
Een echte vernieuwing zijn de Rolf wielen. Op de stijve
hoge velgen staan de spaakgaten nu niet meer
symmetrisch verdeeld, maar in paren. De trekkrachten
van de linker en de rechter flens heffen elkaar op; de
zigzag spanningen van de conventionele velg verdwijnen
grotendeels. Bij het achterwiel wordt een asymmetrische
velg gekozen: de velggaten zitten aan de linkse kant
zodat de het parapluspaken minder wordt (zie FIG.5b). Shimano heeft het idee van de gepaarde spaken opgepikt;
zij monteren de (gebogen) spaken zelfs met de kop aan de
velg (zie FIG.5c); de nippels zitten dus in de naaf (16
gaats). De naaf (WH-7701) is hiervoor uitgerust met
CNC-gefreesde nokken (zie FIG. 6 links). Door de linkerkant van de velg te koppelen aan
de rechterflens kruisen de spaken elkaar in het
verticale vlak door het wiel. Bij dit ontwerp kan de
spaakspanning links en rechts gelijkmatig worden. Dat is
zeer gewenst, maar soms lijkt een goed ontwerp voor het
achterwiel volkomen ondergeschikt te zijn aan de grote
sprong voorwaarts, die het stapje van nog een extra
tandwiel zou moeten voorstellen.
FIG. 6
Een Dura-Ace naaf van andere
constructie is te vinden in FIG. 6 (rechts). Hier zijn
de flenzen vervallen en komen aluminium nippels in het
naafhuis. De nippel in beide wielen lijkt op een 13er,
maar de maatvoering wijkt af; de platte aero-spaak is
magnetisch, dus niet van chroom-nikkelstaal. De
klassieke nippelspanner voldoet niet voor deze wielen;
er is een speciale nippelspanner nodig. Campagnolo kiest
momenteel vaak voor een achterwiel met twee maal zoveel
spaken in het aandrijfscherm; de spaken staan dan in
groepjes van 3.
Hoge stijve velgen verdelen de gewichtsbelasting beter
over de spaken en zijn een absolute must bij wielen met
weinig spaken. De gepaarde
spaken kunnen mij ook overtuigen; als deze naar beneden
wijzen zullen beide spaken ontlast worden; de
spanningsdaling per spaak is dus lager. Hierdoor is de
variatie in spaakspanning door gewichtsbelasting lager
en dus ook de kans op metaalmoeheid. Het paraplugespaakte wiel is een bron van veel ellende; daar
moeten we vanaf. Dit geldt eigenlijk ook voor de spaken met een
gebogen kop. Zeker bij toepassing van schijfremmen zal
de spaak sterk uitgevoerd moeten worden, om betrouwbaar
te kunnen rijden.
Tientallen jaren was het
gespaakte wiel
een goed compromis tussen prijs, gewicht en
duurzaamheid. Er waren weinig ontwikkelingen tot de
komst van carbonwielen midden jaren tachtig. Met het goedkoper worden van
koolstofvezels en andere kunststoffen, leek het niet
ondenkbaar, dat het gespaakte wiel in het museum terecht
zou komen en het wieltjesspaken tussen de oude
ambachten. De beste zeilboten stammen uit de tijd van de
concurrentie met de stoomboot; zo moesten ook de spaak-,
naaf- en velgfabrikanten hun bestaansrecht bewijzen. We mogen
constateren dat het gespaakte wiel in de afgelopen 20
jaar een enorme ontwikkeling heeft gekend: sterkere spaken, nieuwe spaakpatronen en velgen. Helaas
vindt het bouwen steeds meer plaats in fabrieken. Veel
ontwerpen zoeken de grenzen op van het haalbare, want
lichtgewicht is een heel belangrijk verkoopargument.
Door de toegenomen kwaliteit en keuze van de onderdelen,
wordt het voor de bouwer ook makkelijker om voor sterkte
en duurzaamheid te kiezen. Fietsers die geen wedstrijden
rijden, hebben feitelijk nauwelijks voordeel bij de
modewieltjes van de fabrikanten. Ze blijven zich echter
spiegelen aan de kampioenen en willen daarom ook van die
superlichte wieltjes.
De kassa van de fabrikanten en de rijwielhandelaren
blijft rinkelen; het verkopen van dromen en gebakken
lucht houdt de economie gaande. Toerfietsers doen er
verstandig aan hun wielen door een vakman te laten
bouwen of zichzelf in het vak te bekwamen.
In de velgenbranche zijn nogal wat ontwikkelingen; met name de
combinatie met schijfremmen betekent dat de nieuwe types velg geen last
meer hebben van slijtage aan de velgrand; men kan dus velgen van
kunststof of magnesium gebruiken. Bij het gebruik van
velgremmen is de slijtage aanzienlijk, zeker bij ATB’s. Te lang
doorrijden kan vervelende consequenties hebben. Soms knalt de binnenband
door de velg naar buiten; zeker in de voorvork een gevaarlijk
verschijnsel. Ook spontane vervorming van de velg (“chippen”) door de
hoge spaakspanning en gesleten velgranden komt wel voor. De moderne hoge
spaakspanningen veroorzaken een enorme druk in de velg. Zolang die druk
in het vlak van het wiel ligt, is er geen probleem. Als het wiel een
zwakke plek heeft of een tik krijgt, kan die druk de velg daar naar
buiten duwen. Moderne velgen hebben soms een indicatiegroef voor
slijtage aan de zijkant. Als deze plaatselijk niet meer te zien is, moet
de velg vervangen worden. Soms wordt er van binnen een controleputje in
de velg
geboord o.a. bij Mavic. Zodra door slijtage het putje als een gaatje in
de velg zichtbaar is, is de velg aan vervanging toe.
TEN SLOTTE: LEESVOER EN DOWNLOADS VIA
HET WWW
Als boek
blijft, via internet verkrijgbaar, de klassieker "The
Bicycle Wheel" door Jobst Brandt aanbevolen!
(Ongeveer 25 euro of dollar) third edition 1993,
Avocet Inc. ISBN 0-9607236-6-8. Dit is
een duidelijk boekwerk
van circa 150 pagina's (engels, MBO-HBO niveau).
Bent u
dol op grote matrices en kringintegralen, kijk
dan eens op de site van O.Schultz:
www.enhydralutris.de (duits, TU-niveau); heel
interessant is: "Theoretische Untersuchung der
Belastbarkeit und Stabilität von Fahrradspeichenrädern
unter besonderer Berücksichtigung des elastischen
Kippens" Dit is een pittig werkje; hier vindt u wel de echte
formules, waarmee men aan een wiel moet rekenen en
niet
de versimpelde voorstelling die hierboven staat.
Ook Duits:
www.smolik-velotech.de , uit het boek Zweiradmechaniker: Laufrad.pdf
(MBO- niveau). Met zijn krachtenanalyse ben ik het niet
eens!
In het Engels, een werkje op TU-niveau:
www.duke.edu/~hpgavin/papers/HPGavin-Wheel-Paper.pdf
Diverse artikelen via Sheldon Brown
van Jobst Brandt o.a. over gesoldeerde spaken:
http://www.sheldonbrown.com/brandt/tied-soldered.html
"The bicyclewheel as
prestressed structure":
http://www-civ.eng.cam.ac.uk/cjb/papers/p20.pdf
(engels, TU niveau)
http://www.astounding.org.uk/ian/wheel/ een eindige
elementen analyse van het wiel
Simulaties met aerowielen:
http://www.wing-light.de/CFD/wheels.htm
Vragen of opmerkingen:contact
Deze pagina kunt u
hier in
PDF downloaden.
|