|
DE AANDRIJVING EN VERSNELLINGEN
In den beginne had de fiets een enkele vaste
aandrijving. Hier was het rendement van de aandrijving
heel hoog, omdat de trapas direct met de naaf verbonden
was; maar ook toen was er wel eens tegenwind of een
heuvel. Het
eerste versnellingssysteem op de fiets,
de Crypto-as, dateert dan ook al van rond 1878; het tijdperk van de Hoge Bi.
De Crypto was dus een naafversnelling: een planetair
stelsel. Zodra
we versnellingen in gaan bouwen, krijgen we te maken met
extra verliezen door tandwielen en/ of kettingen.
Bij de introductie van de Rover Safety met
kettingaandrijving in 1885, ontstond de mogelijkheid
om het achterwiel uit te rusten met een tandwiel links
en rechts. De rijder moest om te schakelen wel afstappen en het wiel
omdraaien. De verschillen in tandwielen waren nooit echt
groot, want de ketting moest blijven passen; dat kon alleen
door te schuiven in de achterpat. Dit is tientallen
jaren in de wielersport gebruikelijk geweest.
Op een
baanfiets ( vaste aandrijving ) is
het rendement van de ketting maximaal 98 %. Bij een
gewone racefiets met freewheel halen we
maximaal 96-97%. In het slappe part van de ketting zit
namelijk de derailleur (zie FIG.1 bij B). Hier zijn 2
tot 5 procenten verlies, bij een vuile of roestige
ketting zelfs het dubbele. Ook het gebruik van kleine
tandwielen (11-12) op het blok kost tot 3-4 % vermogen
en extra slijtage van ketting en tandwielen. De hoek die
de ketting draait om de derailleurwieltjes is eigenlijk
te groot (of de wieltjes te klein). Dit geldt zeker in
de zware verzetten, waardoor de ketting sneller slijt.
Met optimale smering halen we bij het lichte verzet
(40-28) de 97%; daarvan houden we bij het zware
verzet 50-11 nog maar 91% over. Bij ligfietsen wordt
vaak gebruik gemaakt van slangachtige
beschermingssystemen en geleiderollen voor de ketting.
Zeker als ze in het trekkende deel van de ketting zitten
(zie FIG.1 bij A) zijn dit vermogenvreters (een tot drie
procent). In het slappe part B zal het ongeveer de helft
zijn.

FIG.1a
Licht verzet
40-28
FIG.1b Zwaar verzet 50-11
Elke aandrijving
heeft dus verliezen. Bij een gemiddelde derailleur
moeten we op ongeveer 5% rekenen; bij versnellingsnaven ligt dat percentage hoger. Er is
namelijk een groot nadeel aan planetaire
stelsels: alle tandwielen die in elkaar grijpen, roteren en krachten door geven,
verliezen energie door wrijving. Gewoonlijk zijn de
lageringen van de planeetwielen niet meer dan glijlagers. De verliezen door wrijving van lagers en tandwieltjes kunnen wel
behoorlijk oplopen tot 10-20%. In sommige standen zullen er veel wieltjes
ingeschakeld worden en bij andere minder. Het rendement van de versnellingsnaaf
zal dus afhangen van de versnellingskeuze en van het type naaf. Een dure naaf
als Rohloff, maakt wel gebruik van lagers; het rendement
is vergelijkbaar met een derailleur. Het rendement van
Shimano Nexus 7-bak was erg matig, gemiddeld 85%; de
huidige 8-bak is flink verbeterd door enkele lagers en
een andere schakeling.
DE ONTWIKKELING VAN DERAILLEURS
Er komt rond 1895 in Engeland een systeem op de markt met een
expanderend kettingwiel. Bij deze "Protean 4 speed"
werd het verschil in kettinglengte, opgevangen met een
kettingspanner; een arm voorzien van een hulpwieltje met
drukveer, die op de achtervork afsteunde. In dat zelfde
jaar is er ook een fransman, die een systeem ontwerpt
met zo'n kettingspanner, maar aan de
achtervork zit een beweegbaar stangetje met een vork,
die de ketting van het ene op het andere tandwiel legt:
een echte derailleur dus. Waarschijnlijk is deze nooit
geproduceerd, maar het idee bestond dus toen al.
FIG.2a Cyclo Ace1938
FIG.2b Dit is mijn Super Champion Modele Professionnel
FIG.2c Vittoria Margherita
In FIG.2a en
2b zien we ontwerpen uit de jaren dertig. Tot na
de tweede wereldoorlog is dit het gangbare type
derailleur in de wielersport. In
Italië gebruikte men voor de oorlog voornamelijk de
Vittoria Margherita, zie
FIG.2c; dit is een vergelijkbare
constructie, maar deze had de schakelvork omgekeerd boven de tandwielen
en de coureur moest dus terug trappen om te schakelen.
Dit was ook zo bij de eerste Campagnolo
versnellingssystemen.
Maar ook voor de oorlog waren
er al geavanceerdere modellen, als
de
Super Champion van FIG.3 en
de kwetsbare Simplex van FIG.4. De voorderailleur
van FIG.3 was niet bedoeld voor coureurs, maar meer
voor toeristen en tandemrijders. Coureurs reden in die tijd gewoonlijk met drie
tandwieltjes achter; voor een echte man was dat toen blijkbaar genoeg.
FIG.3 Deze Super Champion
derailleurset uit 1937 oogt verrassend modern: driebak
achter, twee voor.
FIG.4 Simplex 1936
In 1946 komt de internationale doorbraak voor Campagnolo door successen
in wedstrijden met kampioenen als Bartali en Coppi. Bij de
Campagnolo Cambio Corsa ( zie FIG.5a) werd de achterderailleur bediend met twee
stangetjes. Het schakelen (4-bak) vergde nogal wat behendigheid van de coureur;
de naaf werd even losgekoppeld; de as had een vertanding en schoof over de
achterpat (ook met een vertanding) (zie FIG.5b ); dit nam het verschil in kettinglengte op (er
was dus geen kettingspanner! ); N. B.: tijdens het schakelen moest de rijder
achteruit trappen! Zie:
Aldo Ross shifting a Cambio Corsa.AVI
FIG.5a Campagnolo:
Cambio Corsa FIG.5b
Campagnolo achterpat + voorderailleur
FIG. 6 Campagnolo Gran Sport
1953
De oude
voorderailleurs van Simplex en Campagnolo werden via een hendel er
bovenop
bediend (zie FIG.5b
); dit betekende dat de
coureur diep moest bukken en dat was nog al eens aanleiding voor
valpartijen. Campagnolo experimenteerde vanaf 1949 met een
derailleur met vervormbaar parallellogram. In 1953 komt de definitieve
versie op de markt. De Campagnolo Gran Sport is de meest
geïmiteerde derailleur ooit (FIG.
6).
In 1964 komt er een
nieuwe verbetering van de fabrikant Suntour; deze plaatst het
parallellogram onder een hoek (“slant parallellogram”); zie de rechter
afbeelding in FIG.7. Het bovenste
derailleurwieltje blijft dan dichter bij de tandwielen en de derailleur
is daarmee nauwkeuriger af te stellen. Na twintig jaar verloopt het
patent en zie: alle fabrikanten, Shimano, Campagnolo, Sachs etc. komen
ineens met hele nieuwe series, allemaal volgens dit principe.
De volgende
grote sprong voorwaarts, is de indexschakeling (schakelen met stapjes).
Ook hier zijn de nodige experimenten mee geweest, voor een goede
oplossing voor het probleem werd gevonden. Eind jaren zeventig kwam
Bridgestone met Synchro Memory Shift en Shimano met de “Positive Pre
Select” derailleur. Hier was de kabel niet gevlochten, maar een starre
draad; je kon er niet alleen mee trekken, maar ook drukken. Een pennetje
met een veertje schoof over een serie inkepingen op de derailleur. Het schakelde tamelijk
stroef en had voornamelijk aanhang bij mensen die weinig fietsten; die
schrokken van geratel als het derailleurwieltje niet goed onder het tandwiel
stond. Bij de roemruchte aerodynamische AX-groepen van Shimano was ook een
poging gedaan om een indexering te krijgen. Hier liep een palletje
over een serie trapjes op de achterderailleur; erg vaag en snel
ontregeld. In 1984 kwam SIS! Shimano Index System, een systeem dat
echt werkte! Iets voor oude
wijven, zei men bij Campagnolo. Deze arrogantie is ze bijna fataal
geworden. Campagnolo's schakelsysteem was niet meer up to date!
Van trendsetter werd het bedrijf binnen een jaar trendvolger.
FIG. 7. Shimano 600 SIS met slant parallellogram.
Hoewel ik op mijn
toerfiets al jaren reed met een Suntour derailleur en crosscommandeurs, duurde
het tot 1986 voor ik de Campagnolo Nuovo Record op mijn racer inruilde voor deze
derailleur. De kwaliteit was geweldig, zowel van de lageringen in het
parallellogram, als van de wieltjes. Schakelde fantastisch. De meeste
derailleurs en schakelaars van Shimano zijn uitwisselbaar. Een uitzondering vormen de eerste 3 series van
Dura-ace. De achterderailleurs van 1984 tot 1993 zijn uitsluitend met Dura-ace
schakelaars te gebruiken. Het maakt
niet uit of de schakelaar 6, 7, of 8 kransjes kan schakelen, de achterderailleur
is uitwisselbaar. Shimano deed
een meesterzet op marketingbeleid: derailleurs, tandwielen en kettingen
moesten allemaal van Shimano zijn, om de SIS schakelactie zo optimaal
mogelijk te laten verlopen. Niet alleen bij racefietsen, maar ook bij de nieuwe
mode: de
All Terrain
Bikes. Met de topgroepen als XT en Dura-ace verwenden ze de fietsers,
die na een proefrit niet meer anders wilden; de standaard was gezet!
Elke concurrent moest minstens bijna zo goed schakelen, als de Shimano groep in
zijn prijsklasse, om op de markt te blijven. Elke vernieuwing als STI
(de schakelaar in de remgreep), werd in de topgroep ingezet en sijpelde
daarna door naar beneden. Suntour is verdwenen, Huret
en Sachs zijn opgekocht door SRAM. Alleen in de racemarkt speelt Campagnolo nog
mee; de hele ATB-markt zijn ze na 1 poging kwijt geraakt. Shimano
rules!
Is de derailleur
daarmee uitontwikkeld? Eh, nee; er zijn door diverse fabrikanten alweer
verbeteringen aangebracht. De loop van de kabel met een bocht bij de
achterderailleur is zeer inefficiënt. Suntour, SRAM en M5 (U-turn-away) hebben
daar al verbeteringen voor bedacht. De framebouwers moesten voor Suntour
wel andere framenokken solderen; dat was toch net een stap te ver.
Er zijn ook
prototypes geweest, waar de tandwielen over de achteras schoven, en de
derailleur niet meer was als een vaste kettingspanner. Zo voorkom je het
scheeflopen van de ketting, maar de constructie wordt ingewikkelder en
duurder (simplesse oblige).
PLANETAIRE
STELSELS
Een andere mogelijkheid
om te schakelen is het planetaire stelsel ( =epiclyclisch systeem ),
meestal in de naaf. De basis van dit ontwerp komt
uit uurwerken en werd al voor 1800 als schakelsysteem in
stoommachines toegepast. De Crypto trapas voor de Hoge
Bi (1878) was het eerste planetair stelsel in de
fietstechniek; het
had twee standen: een directe aandrijving en een versnelling.
Met de uitvinding van de Safety verhuist de aandrijving
naar de achternaaf. Rond 1900 komen de eerste
versnellingsnaven op de markt voor achterassen; in
Engeland van de fabrikant Sturmey-Archer en in
Duitsland van Fichtel & Sachs.

FIG.8a FIG.8b
FIG.9
Epicyclische
systemen zijn gebaseerd op het rollerprincipe (zie FIG.8a) ; als we een plank (zwart) op twee
rollen (blauw) leggen, zal de rol na een omwenteling over de bodem (geel) de
omtrek 2.π.r hebben afgelegd. Het draaipunt van de plank op de ondergrond
gaat rond de straal d, en legt de afstand 2.π.d af, twee maal
zoveel dus. Dat lijkt misschien even vreemd, maar anders zou je een kast op twee
losse rollers door het huis kunnen verplaatsen. We voorzien alles van tanden,
rollen de bodem en de plank op tot een cirkel, en krijgen
FIG.8b.
Een
planetair stelsel bestaat uit: een zonnewiel (geel), planeetwielen
(blauw) de planeetwieldrager (rood) en een ringwiel (zwart).
N.B. De planeetwieldrager draait langzamer dan het ringwiel. Het
planetair stelsel zit in een naaf; de naaf bevat een as, een
naafhuis waar het wiel aan vast zit en een aandrijfkop waar het
kettingwiel aan vast zit. De as zit vast in het frame; bij een driebak zit
het zonnewiel vast op de as. We gaan nu schakelen door het naafhuis en de
aandrijfkop te verbinden met de planeetwieldrager en het ringwiel.
Als we de aandrijfkop verbinden met de planeetwieldrager (langzaam) en het
ringwiel (snel) met het naafhuis hebben we een versnelling. Als we de
aandrijfkop verbinden met het ringwiel (snel), en de planeetwieldrager
(langzaam) met het naafhuis hebben we een vertraging. Het kettingwiel
gaat dan vaker rond als het naafhuis. In onze
drieversnellingsbak bestaat niet alleen de mogelijkheid om te versnellen of te
vertragen; de aandrijfkop kan ook direct aan het naafhuis gekoppeld worden.
Dit gebeurt in de tweede versnelling. Onze driebak kent dus: 1. Een
vertraging 2 . Een directe aandrijving 3. Een
versnelling.
Door het planeetwiel
dubbel uit te voeren ("getrapt" zie FIG.9 ), kan het bij voorbeeld een tweede ringwiel
aandrijven. Dit breidt de schakelmogelijkheden verder uit. Er is een groot
nadeel aan planetaire stelsels: alle tandwielen die in elkaar grijpen,
roteren en krachten door geven, verliezen energie door wrijving. Gewoonlijk
zijn de lageringen van de planeetwielen niet meer dan glijlagers. De
tandwieltjes worden gemaakt via sinteren van metaalpoeder (geperst en gebakken).
Het oppervlak is wat ruwer (meer wrijving). Een voordeel is dat de smeermiddelen
beter kleven en hechten in de holtes. De verliezen door wrijving van lagers en
tandwieltjes kunnen wel behoorlijk oplopen tot 10-20%. In sommige standen zullen
er veel wieltjes ingeschakeld worden en bij andere minder. Het rendement van de
versnellingsnaaf zal dus afhangen van de versnellingskeuze. Alleen Rohloff
gebruikt overal echte lagers in de tandwieltjes. Die wieltjes maken ze bovendien
via verspaning (alleen de SRAM Spectro P5 Cargo heeft ook verspaande wieltjes).
Gewoonlijk is er één schakeling waarbij het kettingwiel aan het naafhuis
gekoppeld wordt; het rendement is dan maximaal (96%).
Het aantal tanden op het ringwiel, is gelijk aan het aantal tanden op het
zonnewiel, + 2 maal het aantal tanden van het planeetwiel.
De verhoudingen tussen
de tandwielen bepalen de stappen tussen de versnellingen en
vertragingen. Het hangt er vanaf of het ringwiel of de planeetwielen
aangedreven worden, of we een versnelling
( >1 )
of een vertraging
(<
1 )
hebben.
Bij aandrijving via de planeetwieldrager geldt: het versnellingsgetal
= ( tanden ringwiel + tanden zonnewiel) : tanden ringwiel
( >1 ) Bij aandrijving via het ringwiel geldt: het versnellingsgetal =
tanden ringwiel : ( tanden ringwiel + tanden zonnewiel) ( <
1 )
Toen de derailleur nog in z'n
kinderschoenen stond, was de schakeling met planetaire
stelsels al volwassen. Voor de tweede wereldoorlog werd
er ook door coureurs wel gebruik van gemaakt; vooral in Engeland. Als optie hadden
deze naven vleugelmoeren om snel wielen te kunnen
wisselen bij lekke banden; er zaten kleinere stapjes tussen de
versnellingen ("close ratio"). Een topper was de Sturmey-Archer
3-bak type AR uit de jaren dertig ( FIG.10);
in 1939 werd er zelfs een 4-bak type FM uitgebracht.
Als we het zonnewiel heel klein maken,
maken we de stapjes tussen versnellingen kleiner. Helaas
zullen de krachten die doorgegeven worden, hetzelfde
blijven. De sterkte van de kleine wieltjes is dan
onvoldoende en de constructie wordt onbetrouwbaar. De
stappen bij een enkelvoudig planetair stelsel zijn
daarom groot (bij een 3-bak geeft een grote versnelling
vanzelf een grote vertraging).
De consequentie van een
"close ratio" bak is een samengesteld planetair stelsel
(bijvoorbeeld getrapte planeet-wielen en een extra ringwiel) en daarmee wat extra verliezen.
FIG.10 Sturmey-Archer
type AR FIG.11 F&S- 4bak 1912
De manier waarop je
je planetaire stelsel(s) wil laten schakelen, is een van
de
problemen bij het ontwerp. De Fichtel &
Sachs 4-bak uit 1912 (FIG.11) had zelfs al drie planetaire
stelsels; deze constructie was ingewikkeld, om het
schakelen simpel te houden.
Bij het
schakelsysteem van de Sturmey-Archer 3-bak
(FIG.12)
bedient een kettinkje de controlestift. Het dwarsbalkje
gaat door de gleuf in de as. De schroefdraad
van de controlestift wordt in het dwarsbalkje gedraaid. Tijdens
het schakelen neemt het dwarsbalkje de sterclutch
(koppeling) mee, en brengt zo de verbindingen tot stand.
De veerwerking zorgt ervoor dat de sterclutch terugkomt.
Als de controlestift niet bediend wordt, schakelt de
naaf door de veerwerking naar de zware versnelling. Als
we een 3-bak combineren met een terugtraprem, zal de
remwerking in de eerste versnelling, merkbaar beter zijn
dan in de derde.
FIG.12 Sturmey-Archer as
Als er meer dan 1 planetair
stelsel gebruikt wordt, is het een hele puzzel om de
stappen tussen de versnellingen goed te verdelen en de
schakelvolgorde logisch te houden. Dit is zeker het
geval als alles met 1
schakelaar bediend wordt, en er 4 tot 14 versnellingen
verdeeld zijn over 2 of 3 planetaire stelsels; de Shimano
8-bak heeft zelfs 4 zonnewielen. De schakelactie in de
as van deze naven gebeurt met een ingewikkeld stelsel
nokken; aan de buitenkant is er niets van te zien. Zelfs
als je de bak gedemonteerd hebt, is het vaak moeilijk,
of zelfs onmogelijk, de
schakelactie en volgorde te doorgronden (zie de nokken,
kogeltjes, palletjes en veertjes van het schakelsysteem
van een Rohloff naaf
FIG.13a).
FIG.13a Rohloff as FIG.13b

Bij planetaire stelsels zal
het vaste zonnewiel het koppel dat de rijder kan
brengen, via de as doorgegeven naar
het frame. De as van SA in FIG.12 is daarom afgeplat,
zodat hij niet kan roteren. Veel fabrikanten voegen
daarom nog
speciale ringen met een blokkeringsnok toe. Bij Rohloff
(FIG.13b), een naaf die veel door sterke rijders gebruikt
wordt, en waar veel lichte versnellingen in zitten,
kiezen ze zelfs voor heel rigoureuze oplossingen. Er is
een flinke hevel aan de as gekoppeld, die afsteunt op de
achtervork. Deze hevel kan vervallen als men gebruikt
maakt van de speciale achterpatten van Rohloff zelf;
deze zijn bovendien voorzien van kettingspanners.
Op
de onderstaande
foto's zien we de binnenkant van een SRAM Spectro P5 met 2 schakelbare zonnewielen, 3 getrapte
planeetwieltjes, en 1 ringwiel.

FIG.14a
FIG.14b
FIG.14c
In FIG.14a zien
we de schakelnokken op de as bij B; deze worden bediend
door de controlestift. Ze kunnen het kleine zonnewiel A
of het grote C blokkeren. Beide zonnewielen staan
permanent in verbinding met de getrapte planeetwielen.
Er zijn twee sets pallen; aan de rechterkant op het
ringwiel (zie FIG.14c+e) en aan de linkse
kant in de naaf zitten de pallen van de planeetwieldrager (zie
bovenkant FIG.14f ). In FIG.14d kunnen we
de twee rijen nokken zien, waar de pallen aangrijpen in
het naafhuis.
FIG.14d FIG.14e
FIG.14f
FIG.15a+b
De schakeling van een SRAM
Spectro P5 
De bediening van de schakeling gaat via de
clickbox ( 4 in FIG.15a). Hier bedient de kabel van de
schakelaar, via een nokkenschijf, de
dubbel
uitgevoerde controle-stift. De
kunststof fixeerbus met geleide nok, zorgt voor de verbinding tussen
controlestiften en de clickbox. De stalen controlestift ( 1
in FIG.15b) bedient de schakelnokken die de zonnewielen
vastzetten ( B in FIG.14a). Het aluminium buisje eromheen
( 2 in FIG.15b) bedient het koppelstuk (clutch) tussen de
drijfkop, en de planeetwieldrager of het ringwiel. In de eerste twee versnellingen gaat de
aandrijving via de linker pallen (planeet-wieldrager) en in de
andere drie via de rechter pallen (van het ringwiel). .
|
Eerste versnelling
vertraging
van 37% |
Tweede versnelling
vertraging van 22% |
Derde versnelling
directe aandrijving |
Vierde
versnelling
versnelling van 28% |
Vijfde versnelling
versnelling van 58% |
kettingwiel+drijfkop clutch ringwiel
kleine planeetwielen
groot zonnewiel planeetwieldrager
linker pallen naafhuis
|
kettingwiel+drijfkop clutch ringwiel getrapte planeetwielen klein zonnewiel planeetwieldrager linker pallen naafhuis |
kettingwiel+drijfkop clutch ringwiel rechter pallen naafhuis
|
kettingwiel+drijfkop
clutch planeetwieldrager klein zonnewiel getrapte planeetwielen ringwiel rechter pallen naafhuis |
kettingwiel+drijfkop clutch planeetwieldrager groot zonnewiel
kleine planeetwielen ringwiel rechter pallen naafhuis |
Het
lichtste versnellingsgetal is 63% van de directe aandrijving. Het zwaarste
versnellingsgetal is 158% van de directe aandrijving. We zeggen nu het bereik van de naaf is (158: 63) x 100% = 251%
De werking
van de 7-bak van SRAM
is hetzelfde. Het enige verschil is, dat er dan 3 schakelbare
zonnewielen zijn en dat de planeetwielen 3 trapjes bezitten.
De constructie van de 7-bak
van SA, is enigszins vergelijkbaar met de SRAM (allebei drie
zonnewielen).
De constructie van de Shimano 7-bak is totaal anders; met
4 zonnewielen, twee ringwielen en twee planeetwieldragers. Doordat er
geen directe aandrijving is en de krachten soms door beide stelsels
gaan, is het rendement in sommige versnellingen lager dan 80%, en
gemiddeld ongeveer 85%.
De 8-bak van SA weer heel anders.
De eerste versnelling is hier de directe aandrijving; dat betekent dat
alle andere overbrengingen echte versnellingen zijn. Kies dus een heel
lage overbrenging, als 32 voor en 24 achter, bij deze bak.
Begin
jaren negentig werkte Sachs aan een 12-bak; dit zou de
grote sprong voorwaarts worden. Er werd veel
geïnvesteerd in ontwikkeling en automatisering, maar het
resultaat was een relatief dure en zware naaf. Er waren
wat kinderziektes en financiële problemen; dit maakte
Sachs rijp voor een overname door SRAM. Na een jaar
staakte SRAM de productie, ontwikkeling en ondersteuning
van het product.
De Nexus 8-bak is
een ontwerp met 4 vertragingen, de vijfde
versnelling is een directe aandrijving, en er zijn drie versnellingen.
Door de planeetwielen te voorzien van naaldlagers, en het feit dat er
een directe aandrijving is, komt het gemiddelde rendement van deze bak boven de
90% uit.
Het bereik (het verschil tussen de hoogste
en laagste versnelling) van de 8-bak is bovendien gestegen naar 307%, in
plaats van de 244% van de 7-bak.
In 2010 kwam de nieuwe Shimano Alfine 11 bak
op de markt. Het
gewicht is ongeveer 2kg; de smering gaat via
een oliebadje, het bereik is 409% en de prijs
circa 390 euro. Als het rendement en de
kwaliteit in orde zijn, is dit een geduchte concurrent voor Rohloff.
De absolute topper onder de
versnellingsnaven, is zondermeer de Rohloff. Dit is een zeer
doordacht ontwerp; er is niet beknibbeld op de prijs van de onderdelen.
Alles moet topkwaliteit zijn en super betrouwbaar; alles is gelagerd en
loopt in olie. Het rendement is vergelijkbaar met de derailleur, zo'n
95%. Bij lage vermogens als 70W (10% verlies), is het rendement veel
lager dan bij 300W (4% verlies). De tanden van de tandwielen zijn van hoge kwaliteit machinestaal;
om gewicht te sparen, zijn de grotere tandwielen deels van kunststof,
met carbon versterking. Het totale gewicht is ongeveer 1,7 kilo. De
prijs van de naaf is al gauw 900 euro. Het bereik van deze naaf is
zeer groot, 526%; de 11de versnelling is de directe aandrijving. De naaf
is zowel bij stilstand, als onder belasting te schakelen. Vooral dat
laatste is bijzonder, want bij Shimano kost je dat al gauw een nieuwe
bak. Zowel bij Shimano als bij Rohloff, kan het hele tandwielstelsel er
in z'n geheel uitgehaald worden. Bij Rohloff komt er een nog lichtere versie
uit, maar de super betrouwbaarheid van nu, kan men dan niet meer garanderen.
In oude (vouw)fietsen
vinden we nog wel eens naven van Sachs met een 2-bak; zie:
Duomatics. Ook SA heeft vroeger zo'n bak gehad: de S2 (1966) . Hier
schakel je door achteruit te trappen. Bij Sturmey Archer is in 2010
zelfs een hele nieuwe serie van deze naven verschenen; voor de het
gemak heten ze ook Duomatic.
Een bak die
we in Nederland nog weinig zien, is de 2-bak van Schlumpf. Deze zit niet in de
naaf, maar in de trapas. Terwijl bij een naaf het koppel al gauw meer
dan gehalveerd is door de overbrenging, gaat bij Schlumpf de volle
kracht er doorheen. Je schakelt deze 2-bak, door de trapas naar links of naar rechts
te schuiven. De stappen tussen de versnellingen zijn groot; bij een vouwfiets
(o.a. Brompton) of ligfiets is het bruikbaar (extra lichte of extra zware
versnellingen).
Er zijn ook andere
trapasversnellingen in gebruik geweest. De Leeuwardense
fietsenfabriek Phoenix heeft van eind jaren dertig tot eind jaren
vijftig een echte versnellingsbak (geen planetair stelsel) type Mutaped ingebouwd,
waarvoor een speciaal groot bracket nodig was
http://www.rijwiel.net/phoenixn.htm
Sinds 2007 is er een
traploos regelbare versnellingsnaaf: de Nuvinci,
dit is geen epicyclisch systeem, maar een tractie-aandrijving. Het
bereik van deze naaf is groot: 350%; het gewicht was te
hoog (4,2kg). Uit de verhalen van de eerste gebruikers, blijkt dat fabrikanten van
derailleurs en planetaire stelsels, zich nog niet al te druk hoeven te
maken om deze concurrent. Zie:
http://www.breukelman.net/NuVinci/ervaring.html. Sinds 2011 is er een nieuwe versie van de naaf uit, die
nog maar 2,5 kg weegt en die een iets groter bereik heeft.
Qua gegevens kom je dan in een echte concurrentiepositie met bij
voorbeeld een Shimano Alfine 8 of 11 bak.
Maar het zal toch vooral de betrouwbaarheid van de naaf zijn, die moet
toenemen om de fietsenmaker en de klant tevreden te stellen.
Meer www.weten?
Een verzamelaar van oude derailleurs:
http://www.users.globalnet.co.uk/~hadland/schmitzderailleurs.html
De eerste engelse derailleurs rond 1900:
http://www.users.globalnet.co.uk/~hadland/old_derail.htm
Heel veel archiefmateriaal van
Campagnolo:
http://www.campyonly.com/history/catalogs.html
Het moderne gebeuren van Campagnolo: http://www.campagnolo.com/jsp/en/index/index.jsp
Onderlinge uitwisselbaarheid van
onderdelen bij Shimano:
http://sheldonbrown.com/k7.html#dura-ace.html
;
http://sheldonbrown.com/dura-ace.html
Shimano:
http://cycle.shimano-eu.com/catalog/cycle/products/landing.jsp?ASSORTMENT%3C%3East_id=1408474395181667&bmUID=1170765135958
Gescande Shimanofolder uit 1982, zeer
copleet AX , EX, FF, PPS, enz., als pdf-file: scanShimano82.pdf
Informatie van Shimano voor monteurs:
http://techdocs.shimano.com/techdocs/index.jsp
SRAM:
http://www.sram.com/nl/service/index.php ,
techniek:
http://www.sram24.com/newtechdoc/english/consumers/index.html
Een bijzondere constructie:
http://www.oudefiets.nl/4ond-pednaaf.html
Handleidingen
oude SA-naven:
http://www.sturmey-archerheritage.com/index.php?page=history&type=technic
en
http://www.users.globalnet.co.uk/~hadland/samaintind.htm
Wilt u meer weten over oude SA-naven
en de theorie erachter?:
http://www.users.globalnet.co.uk/~hadland/gill.html
Op rijwiel.net vindt u deze interessante pagina:
http://www.rijwiel.net/4versnln.htm
De officiële geschiedenis van SA:
http://www.sturmey-archerheritage.com/index.php
Info over Fichtel & Sachs Torpedo-naven:
http://www.3gang.de/3-gang/index.htm en
http://www.radhaus-freiburg.de/tech/getr_srm.htm
Veel handleidingen en
onderdelen van Fichtel & Sachs:
http://www.scheunenfun.de
en
http://www.velo-classic.de
Een traploos
regelbare versnellingsnaaf:
www.nuvinci.com
voorlopig uitsluitend via
www.batavus.nl
Een site vol CVT 's:
http://cvt.com.sapo.pt/toc_en.htm
Een tweebak in de trapas:
www.schlumpf.ch
; o.a. verkrijgbaar bij
www.elfiets.nl voor circa € 450,-
Rohloff, als kwaliteit het enige is dat telt:
www.rohloff.de
; o.a. verkrijgbaar bij
www.elfiets.nl voor circa € 1000,-
Liefhebbers van
versnellingsnaven hebben een eigen plek op het internet:
http://hubstripping.wordpress.com/
Rekensheets in Excel:
http://john-s-allen.com/gearing/hubratios.htm
Vragen of opmerkingen:
contact
Deze pagina kunt u hier in PDF
downloaden.
|