HOME

   Technische artikelen over de fiets

 Het spaken van fietswielen

 

 
 

 

LINKS

Fietsroute

PRAKTISCH   

banden

wieltjes

VINTAGE

uit de oude doos

klassieke racer

frame-delen

restauratie Moulton

lugloos braseren

TECHNISCH

afwerking

solderen

driewielers

warmtebehandeling

het gespaakte wiel

composieten

staal

versnellingen

constructief_denken

vering

THEORETISCH    

vermogen

aerodynamica

sterk & stijf

rolweerstand

besturing

 

 

  

  NAVEN EN VELGEN

     Naven zijn er in veel vormen en maten. Ook al zijn twee naven van hetzelfde type (hoge of lage flens), er kunnen millimeters verschil in diameter zijn, en dus in spaaklengte. De breedte van de voornaaf ligt gewoonlijk tussen de 90 en 100mm; de breedte van de achternaaf tussen de 115 en 140mm.      Let op de hartlijnen in FIG.2; we kunnen hier goed zien dat de flenzen t.o.v. elkaar verdraaid zijn!

     De hoogte van de flens varieert van 30mm voor een lage flens tot 120mm voor een trommelrem. Bij de oude types Sturmey Archer trommelrem kwam zelfs een hoge en een lage flens voor (zie FIG.3 boven). Omdat de hoogte van de rem het onmogelijk maakte om het wiel te vlechten, werden hier zgn. lissen gebruikt om de spaken in te haken. Dit was geen fijn systeem; de belasting van de spaakkop was hoog, omdat hij slechts gedeeltelijk gesteund werd door de flens. Het spaken van zo’n wiel was lastig, omdat de kop steeds uit de lissen schoot; gelukkig heeft men nu gekozen voor twee gelijke hoge flenzen. Het is onbegrijpelijk dat Shimano dit idee weer uit de mottenballen haalde voor hun Deore M555 schijfremnaven (zie FIG.3 onder).

     FIG.1                FIG.2          FIG.3 

     De naaf van een wiel heeft twee flenzen waardoor de spaken gestoken worden. De eerste serie spaken wordt van buiten naar binnen gestoken (zie spaak nummer 1 in FIG.1 ; we noemen dit de binnenste spaken). De tweede serie van de binnenkant van het wiel naar buiten gestoken (zie spaak nummer 2 in FIG.1: de buitenste spaken). Dit zijn de sterkste spaken in het wiel. Deze spaken staan verder uit elkaar, waardoor ze extra belasting beter aankunnen. De flenzen op de naaf staan verdraaid t.o.v. elkaar (zie FIG.2). Let op de hartlijn tussen voorste en achterste flens. De spaakgaten in de flenzen verspringen dus; dit is bij het vlechtwerk belangrijk!  N.B. Bij het spaken van een wiel beginnen we altijd met de binnenste spaken.

  De standaard velgdiameters zijn "historisch" gegroeid d.w.z. er ontstonden in diverse landen onderlinge afspraken tussen rijwiel- en bandenindustrie, over de te gebruiken afmetingen. Deze landelijke afspraken zijn de oorzaak van de enorme variëteit in maten en maataanduidingen. Inmiddels staan op vrijwel alle banden ook z.g.n. ETRTO-maten. Een voorbeeld is: 37-590. Het eerste getal geeft de diameter van de band aan, in opgepompte toestand (37mm) het tweede getal de diameter van de hieldraad; de plek waarop de band zich vast klemt op de velg. We kennen deze maat ook als 26x1 3/8. De engelse 28x1 1/2 maat is in ETRTO: 40x635. De franse 28x1 1/4 maat is in ETRTO: 32x622. De engelse 27x1 1/4 maat is in ETRTO: 32x630. Dit wil zeggen dat de diameter van een franse 28 inch velg kleiner is, dan de diameter van een engelse 27 inch velg. Het moet duidelijk zijn dat een engelse 28 inch band niet past op een franse 28 inch velg en omgekeerd! Op veel velgen staat de velgdiameter en de velgbreedte ingegraveerd, bij voorbeeld: 622x18 (voor racebandjes).

FIG.4        FIG.5        FIG.6

 De voornaamste types velgen zien we in FIG.4:

 4A:  Westwood velg; deze wordt gebruikt op "gewone" fietsen, en uitgevoerd in (roestvrij) staal.

 4B:  U-velg of Endrick velg; uitgevoerd in staal, r.v.s., of aluminium op de goedkopere sport­fietsen, semi-racefietsen en A.T.B.’s.

 4C: Tube velg: deze wordt gebruikt in wedstrijdracefietsen of snelle trimfietsen. Gewoonlijk uitgevoerd in aluminium, hoewel er ook houten en koolstof velgen bestaan. De tubes worden op de velg gelijmd!

 4D: Doosvelg met hoornranden; deze worden gebruikt op super­sportfietsen, racefietsen en A.T.B.'s. Door de hoornranden wordt voorkomen, dat de hieldraad van de bandjes van de velg schuift bij hoge bandenspanning (6 tot 9 bar). Als deze te laag is, kunnen de hoornranden snel beschadigd raken.

 4E: Aero-velg (aerodynamisch dus); deze kan met hoornranden en als tubevelg uitgevoerd worden. Dit levert zeer stijve velgen op, maar de nippeldoorvoering wordt niet extra versterkt. De sterkte moet dus uit de aluminium of carbon bodem komen en deze is daarom relatief dik. Hiervoor zijn soms langere nippels nodig (14 of 16mm) en de boring in de velg wijst gewoonlijk al in de richting waar de fabrikant de spaak wil hebben. Er is dus niet altijd een vrije keuze van spaakpatroon; radiaal of viermaal gekruist is soms niet mogelijk.

    Vroeger werden onder de nippels nippelplaatjes geschoven om te voorkomen dat de nippel door de velg zou scheuren. Tegenwoordig zit er meestal een versterkingsringetje om het nippelgat (zie FIG.5A). Soms houdt dit ringetje een bus vast die aan beide velgbodems (zie FIG.5B) trekt; we noemen dit dubbelgebust (komt voor bij type 4C en D). Dit is de sterkste constructie.

    Westwood velgen (type 4A) hebben meestal geen versterkingsring; ze worden geleverd in voorwiel (14-er nippelgaatjes) en achterwieluitvoering (13-er nippelgaatjes). Bij trommelremmen worden deze velgen vaak gedopt uitgevoerd, d.w.z. het spaakgat bevindt zich in een voorgevormd putje (zie FIG.6), dat reeds wijst in de richting waarin de spaak straks gaat lopen. Dit is met name bij hoge flens naven gemakkelijk, omdat de hoek tussen spaak en velg erg klein kan worden, waardoor de nippel de spaak verbuigt. Dit levert een extra stresspunt op, en kan aanleiding zijn voor spaakbreuk in de nippel. Bij gedopte velgen dienen de spaaklengtes enkele mm's korter gekozen te worden als in gangbare tabellen wordt aangegeven. Dit kan ook het geval zijn als het velgtype afwijkt van het gangbare; een doosvelg zal t.o.v. een Westwood velg van dezelfde bandenmaat, een kleinere velgdiameter hebben (van bodem tot bodem, de hieldraad komt uiteraard op dezelfde plek): kies hier dan ook iets kortere spaken.

                     
                                                                   FIG.7
a                 FIG.7b                    FIG.8

De nippelgaten in een velg zitten gewoonlijk uit het midden. Als we naar de binnenkant van het velgbed kijken, ontstaan er t.o.v. het ventielgat twee patronen. Bij FIG.7a staat het nippelgaatje boven het ventielgat LINKS uit het midden. Bij FIG.7b staat RECHTS uit het midden. N.B. Het heeft geen zin de velg om te draaien!  De velgen met het patroon 7a zien we vooral op derailleurfietsen. De spaken in een racewiel die het zwaarst belast worden, zijn de spaken die de aandrijfkrachten overbrengen. Bij het voorwiel maakt het niet uit; bij het achterwiel wel. De tandwielen draaien het wiel rechtsom (met de klok mee). De trekkracht van de ketting zorgt ervoor, dat de buitenste spaken extra krachten krijgen te verwerken! Het patroon 7b zien we in gewone toer- en sportfietsen met een remnaaf.

    De remkrachten van een naafrem of schijfrem zijn groter dan de aandrijfkrachten! Het voorwiel, dat bij velgremmen weinig extra belasting heeft, krijgt nu te maken met het koppel van de rem. De buitenste spaken, die het sterkst zijn, moeten hier de remkracht opnemen: deze draait tegen de klok in (linksom). De binnenste spaken moeten dus de aandrijfkracht opnemen (rechtsom). Dit is de reden waarom de velgen in een toerfiets met remnaven RECHTS worden uitgevoerd en rechtsom gespaakt! Het spaakgat op de velg boven het ventiel zit dan rechts uit het midden (zie FIG.7b). Overigens geven ook de lage verzetten op mountainbikes hogere spaakbelastingen dan de gebruikelijke verzetten op racefietsen.

     De belangrijkste bron van problemen voor derailleurachterwielen, is het feit dat deze paraplu-gespaakt (FIG.8A) worden. De afstand tussen de flenzen is in een achterwiel vaak kleiner dan in een voorwiel, om ruimte te maken voor de tandwielen. Het zwaar belaste achterwiel is daardoor zijdelings minder stijf. Omdat rechts het freewheel zit, en de velg toch in het midden van het frame moet lopen, staan de spaken in het aandrijfscherm veel strakker. Zeker de trekkende spaken rechts werken voortdurend onder hoogspanning.  Een methode om het spanningsverschil te verminderen, is het inbouwen van een asymmetrische velg (o.a. Ritchey velgen en Rolf wielen). Hier liggen de nippelgaatjes allemaal links uit het midden (FIG.8B). Dit is natuurlijk alleen een velg voor achterwielen! Shimano kruist van de spaken in het verticale vlak (zie FIG.8C). Hierdoor is de spaakspanning links en rechts nagenoeg gelijk. De spaakkoppen, helaas nog wel met bocht, verhuizen naar de velg en de nippels komen in de naafflens. De naafflens bestaat dan uit aluminium blokjes waarin de nippels passen.

    Vergelijkbare blokjes vinden we ook bij naven voor conische spaken. Het zwakste punt van het wiel, de spaakbocht, verdwijnt op die manier. De blokjes vreten wel ruimte op de naaf; er kunnen dus minder spaken gemonteerd worden. Dat is niet zo erg; minder spaken besparen gewicht en luchtweerstand. Bij voorwielen valt veel winst te behalen in vermindering van luchtweerstand; het achterwiel zit in het zog van de zitbuis.

    Het aantal spaakgaten varieert van 12 voor een kinderfietsje, tot 48 voor een tandem. Omdat het aantal spaken links en rechts gelijk is, en er evenveel binnenste als buitenste spaken zijn, is het aantal spaakgaten een veelvoud van vier. De standaard is 36 gaats. Begin alle vlechtpatronen steeds vanaf het ventielgat. Anders ontstaat soms er een kruising van spaken boven het ventiel, hetgeen oppompen van de band moeilijk maakt. Het vlechtwerk voor alle spaakpatronen is nagenoeg identiek. Bij een bepaalde spaaklengte + naaf + velg, ligt het spaakpatroon feitelijk vast.

  SPAKEN EN NIPPELS

   Het is vaak moeilijk weinig gebruikte spaakmaten te krijgen; weliswaar is het meeste te bestellen (per 100 of per gros!), maar vanwege levertijd en leverbaarheid, moeten we soms spaken kopen die iets afwijken van de gewenste maat. Tussen te kort en te lang zit 4mm. Als de spaken door de nippels naar buiten komen hadden we 2mm korter moeten nemen, en als we nog schroefdraad op de spaak kunnen zien, 2mm langer. De draad op de spaak is gerold d.w.z. het materiaal uit de "dalen" vormt de "heuvels"; de draad is dus het dikste deel van de spaak! De schroefdraad is engels b.v. 14xWW 1/56 (dus 1/14 inch WhitWorth met 56 gangen per inch). Een spaak nr.14 heeft een dikte van 2mm; een spaak nr.15 heeft een dikte van 1,8mm en spaak nr.13 heeft een dikte van 2,3mm. Veel racespaken hebben dikkere uiteindes, dus 14-15-14 betekent dat het dunste deel (het midden) 1,8mm is en 2mm bij de uiteindes. De schroefdraad is dikker dan 2mm, want die is erop gewalst. Een fijn gereedschapje voor het meten, is het spaakkaliber (pasmaat) #1059 van Parktool. Bij de huidige generatie naven is de toepassing van spaaknr.15 niet zo logisch. De tendens is minder en sterkere spaken. De gaten in de naaf vallen dan groot uit. Als de spaakkop onvoldoende gesteund wordt; is daardoor de kans op breuk achter de kop groter. Met Recordnaven van Campa uit de jaren 70, was dit probleem er niet en heb ik veel gebouwd met de 15-16-15 van Alpina. Let hierbij wel op dat je alleen 15er nippels gebruikt, want het toepassen van 14er nippels leidt tot spaakbreuk in de nippel !

   Omdat veel velgen alleen geschikt zijn voor 14-er nippels, zijn er tegenwoordig ook wel 14-er nippels met een 13-er draad; de wanddikte is echter minimaal; deze nippels raken snel beschadigd. Er zijn ook 13-er spaken waar een 14-er draad op zit, een beetje betere oplossing, mits de spaken niet te lang zijn; deze draad is namelijk gesneden: de nippel loopt vast op de spaak en er is een kans op breuk in de nippel, omdat de schroefdraad het zwakste punt is! De nippels zijn meestal van vernikkeld messing; dure nippels zijn van sterk aluminium. Bij Sapim kunnen we tegenwoordig ook nippels krijgen waar bolletjes borgvloeistof in zitten. Bij het monteren werkt dit als smering en na uitharding als borging. Er zijn ook busjes "Spokeprep" of "Spokefreeze" te koop met eenzelfde werking. Het borgmiddel voorkomt bovendien corrosie in de nippel; zelfs een beetje vasiline aan de schroefdraad van de spaak doet dit (het smeert ook tijdens het op spanning brengen, maar lijnolie werkt hiervoor beter). Zonder smering gaat het aandraaien soms stroef en lijkt het of er al veel spanning op de spaak staat, terwijl eigenlijk de schroefdraad van de nippel of de spaak wat beschadigd is.

    Goedkope spaken zijn van koolstofstaal, tegen roest beschermd door verzinken, vernikkelen of verchromen. Kwaliteitsspaken zijn van chroomstaal als X30Cr13 (Hoshi) of chroomnikkelstaal zoals X5CrNi18-8 (Sapim en Alpina) en X5CrNi18-10 (DT). Rijke grammenjagers kunnen zelfs titanium spaken kopen bij DT. Voor speciale wielen zijn er kunststof spaken verkrijgbaar o.a. Vectran spaken voor Spox wielen en carbon van het Taiwanese CN-spokes. Mavic gebruikt  voor de Ksyrium SL aluminium spaken van Zicral (AA7075). Al deze speciale spaken zijn duur, soms € 5 tot € 10 per stuk en ze passen vaak slechts in een merk wielen of zelfs slechts in een type wiel van dat merk.

   Een ervaren wielenbouwer weet welke spaaklengte bij een bepaalde naaf/velg combinatie en vlechtpatroon hoort. Bij weinig gebruikte combinaties kan hij tabellen gebruiken, of de spaaklengte berekenen. De spaak kan door rekken en het zetten van de spaakkop in het gaatje van de naafflens, wel 2 mm langer worden, maar door de dikte van de nippel boven het velgbed niet mee te rekenen, compenseert zich dit. Bij de berekening van spaaklengtes gebruiken we ouderwetse meetkunde! Pas de cosinusregel toe in in de blauwe driehoek in fig.9a:  (L´)2 =(R1)2+(R2)2-2(R1)(R2)cos α ; pas Pythagoras toe in de rode driehoek in fig.9b: L2=(L´)2 +A2 ; de spaaklengte L is nu:   {(R1)2+(R2)2+A2-2(R1)(R2)cos α }, waarbij  α  afhangt van het vlechtpatroon en het aantal spaken in het wiel. Dit leidt tot de vetgedrukte formule in het kader ( α = Kx720°/N).

Tekstvak: L = √ {(R1)2+(R2)2+A2-2(R1)(R2)cos (Kx720°/N)}
R1=halve diameter velg incl. bodem
R2=halve diameter naaf van spaakgat tot spaakgat
A= afstand flens tot midden wiel
K= gekozen vlechtpatroon (0,1,2,3,4,of 5 kruis)
N= het aantal spaken in het wiel 
 
 
 

         

        FIG.9a                                 FIG.9b

   Deze formule klopt redelijk, maar niet iedereen wil met de calculator aan de slag. In het verleden heb ik een Basic-programmaatje geschreven voor deze berekening; het werkt met Windows XP ( spaakbasic.zip ), maar niet onder Vista. Voor mensen die met Windows 7 werken: door het starten van het programma "spaakbasic" in XP of 2000 mode uit te voeren, kun je het gewoon gebruiken.

   Verder heb ik het programma omgezet in een spreadsheet in Excel; u ziet het ding hieronder staan. Gewoon de gevraagde maten opmeten en intikken en de aanbevolen spaaklengte rolt eruit. Het werkt helaas alleen online als u Excel 2003 op uw computer heeft staan en ActiveX toestaat. Als u een oudere versie van Excel heeft of met Open Office werkt, kunt u de file als .zip hier downloaden; lukt het niet dan kan ik u de file wel mailen ( contact  ).  

   Zoekt u een programma dat onder Vista werkt, dan kunt U het programma gebruiken dat Piet Paardekam gemaakt heeft: spaken.zip. Dit programma kan bovendien afmetingen van naven archiveren.
Af en toe, vaak rond carnaval, vraagt er iemand om een recept voor een excentrisch wiel. Op www.bikeforest.com/CAD/hulaCAD.html kunt u een spaaklengte berekening hiervoor vinden.

   EXCELPROGRAMMA VOOR BEREKENING VAN SPAAKLENGTES

  FIG.10  

Als u deze webpagina interactief wilt gebruiken, moeten Microsoft® Internet Explorer 5.01 Service Pack 2 (SP2) of hoger en Microsoft Office 2003 Web Components zijn geïnstalleerd.

Ga naar de website van Microsoft Office als u meer informatie wilt.

   Al het rekenwerk zal in veel werkplaatsen vervangen worden door standaard tabellen. Deze zijn niet zo betrouwbaar als het rekenwerk, maar als het standaard naven en velgen betreft, kun je snel beginnen en komt het gewoonlijk goed uit: Tabel Spaaklengtes

   Voor 36 spaaks wielen zijn 3x en 4x kruisend geschikte spaakpatronen. Het 4X kruisen levert problemen op met een lage flens naaf, omdat de spaken over elkaar gaan lopen. Bij hoge flenzen gaat het prima. Een hoge flens geeft bovendien een lagere spaakbelasting dan een lage flens; als de flens twee maal zo hoog is, wordt de spaakbelasting door aandrijving gehalveerd. Naarmate meer spaken in het wiel zitten, kunnen we vaker kruisen. Een 48 of 44 spaaks wiel kan 5x gekruist worden; een 40 of 36 spaaks wiel maximaal 4x. Een 32 of 28 spaaks wiel 3x; 24 of 20  2x, een 16 spaaks 1x.

    Bij kleine wielen, zoals 20 inch, neem ik met minder kruisen en minder spaken genoegen. De spaak komt anders te schuin in de velg (gevaar voor spaakbreuk in de nippel). Het kan nuttig zijn het nippelgat in de velg even wat schuin na te boren met de Dremel, om buigspanning in de nippel te beperken. Kleine wielen zijn sowieso sterker en stijver; de spaken hebben een kleinere spanningswisseling bij het rijden. Ze hebben bovendien een lagere spaakbelasting door de aandrijving (kleinere aandrijfkracht en meer toeren per minuut). Vaak kruisen is dan ook niet zo noodzakelijk, behalve als we een naafrem of schijfrem gebruiken.

  Tekstvak: FIG.11 Ons gereedschap
 De richtbok, de nippelspanner en de wielnaafuitlijner vormen ons gereedschap. De nippelspanner is het goedkoopste onderdeel, maar bezuinig hier niet op. Als het staal niet hard genoeg is, mol je de nippels. Spokey is goedkoop en bruikbaar voor 14er nippels. De naafuitlijner is het minst kritisch; zelf heb ik 'n oude Minoura. Die jongens maken ook al 25 jaar een goedkope en bruikbare bok. Het geheel is via www.rose.de als set te koop voor €49 (2009). 
Wie professioneel wil bouwen, heeft tegenwoordig ook nog een spaakspanningsmeter nodig. Zie:  spaakspanningsmeter 
 

   HET SPAKEN VAN WIELEN       

     Er is feitelijk weinig verschil tussen het vlechten van een voorwiel of een achterwiel. Een voorwiel zonder remnaaf of schijfrem kunnen we op alle mogelijke manieren spaken. Het lichtst, het sterkst en het stijfst, zijn radiaal gespaakte wielen. In deze wielen kunnen we gerust minder spaken gebruiken. Bij achterwielen is de zaak gecompliceerder. We zouden ernaar moeten streven het parapluspaken te vermijden. Dit kan door brede naven en achtervorken te nemen, of door asymmetrische frames te bouwen. Voor een 36 of  32 spaaks wiel is 3 x gekruist gewenst.

    Eigenlijk kunnen we in een voorwiel zonder remnaaf elk vlechtpatroon gebruiken.  Een goed gespaakt voorwiel levert nooit problemen op.  Bij een achterwiel dient minstens een scherm, liefst meerdere malen, gekruist te zijn (afhankelijk van het aantal spaken).

 Eenvoudig radiaal of 1x gekruist patroon, zie:  

1.  HET INSPAKEN VAN EEN RADIAAL OF EENMAAL GEKRUIST WIEL

 NB: Volgens de onderstaande standaard instructies leidt het linksom spaken van een linkse velg tot trekkende buitenste spaken en het rechtsom spaken van een rechtse velg tot trekkende binnenste spaken. Voor een meervoudig gekruist wiel, zie:

 2.  HET VLECHTWERK VOOR EEN 2, 3 OF 4X GEKRUIST WIEL MET LINKSE VELG 

 3.  HET VLECHTWERK VOOR EEN 2, 3 OF 4X GEKRUIST WIEL MET RECHTSE VELG

 NAWOORD:

   Er zijn weinig fabrikanten en fietsenmakers die echt garantie geven op hun wielen. Shimano geeft geen garantie op de standaard naaf als deze radiaal gespaakt wordt! Toch zijn hun naven niet slechter dan die van de concurrenten. Bij 36 spaaks wielen geeft een advieswaarde van 500N meestal geen problemen; bij minder spaken of grotere belastingen, moet je de voorspanning verhogen, omdat de spanningswisselingen groter worden, naarmate er minder spaken zijn. Voor radiaal spaken ga ik niet hoger dan 800N bij standaard naven. Bij vervanging van spaken in fabriekswielen, moet je je houden aan de spaakspanning die de fabrikant voorschrijft. Dan heb je dus zo'n spaakspanningsmeter nodig. De spaakspanning in 16 spaaks fabriekswielen kan oplopen tot zo'n 1500N! Die hoge spanningen zijn noodzakelijk bij wielen met weinig spaken. Een wiel met extra hoge voorspanning is niet echt sterker, maar de spaken hebben geen neiging om los te lopen. De kans op spaakbreuk is wel wat groter en je krijgt bij breuk een grotere slag in je wiel. Vervelender is, dat tijdens de breuk grote piekspanningen ontstaan, die andere spaken over de rekgrens kunnen trekken. Ook de velg kan permanent vervormd raken; zodoende kan het wieltje door een breuk structureel instabiel worden. Bij hoge voorspanningen, boven de 1000N, is het daarom niet altijd zinvol de gebroken spaak te vervangen. Helaas kom je hier pas achter, als je het gerepareerde wieltje weer gaat gebruiken.

    De gewichtsbelasting is een belangrijke factor voor de levensduur; het voorwiel gaat hierdoor zeker 2X zolang mee als het achterwiel (bij een gelijk aantal spaken en dezelfde velgen). Bij racewielen met 23mm bandjes op 8 bar ligt de levensverwachting van het wiel lager dan bij 42mm en 5 bar. Bij mijn tandems (zeer hoge gewichtsbelasting), gaf de overstap van 28" racewielen naar 26" ATB-wielen de oplossing voor alle spaakproblemen.

    Het bouwen van het wiel is het kritische moment; hier wordt de basis gelegd voor de levensduur. Kies een goede spaakkwaliteit, gebruik een gelijkmatige en juiste voorspanning, ronde velgen en fatsoenlijke naven (Shimano Deore is een prijs/kwaliteit topper). Een spaakbreuk is vervelend, maar er kan toevallig een mottige spaak tussen gezeten hebben. Bij een tweede spaakbreuk in hetzelfde wiel, vertrouw ik het niet meer; dan spaak ik het over. De voorwielen uit mijn "tubewielen-tijdperk" gingen soms tienduizenden kilometers mee. De achterwielen haalden de tienduizend kilometer soms niet eens. Bij de huidige generatie wielen met hogedruk bandjes, is de velgslijtage meestal de reden om het wieltje af te keuren. Hier zitten grote drukken op de velgwand; zeker in een voorwiel leidt dit tot levensgevaarlijke situaties! Als je veel in de blubber rijdt, moet je daarom de velgslijtage goed in de gaten houden en soms ook wieltjes afkeuren die nog geen 10.000 gelopen hebben.

  HIERONDER STAAT IETS VOOR DE ERVAREN WIELENBOUWER, DIE ECHT WIL OPTIMALISEREN:

  Als u een linkse velg met de binnenste spaken trekkend wil maken, bij voorbeeld omdat u een schijfrem monteert, moet u het vlechtwerk aanpassen. Zie FIG.12: Steek a1 van buiten naar binnen, in het tweede nippelgaatje, rechts van het ventiel. Een gaatje overslaan op de flens, en 3 gaatjes op de velg (beiden naar rechts!). Rechtsom blijven werken tot de eerste 9 spaken erin zitten. We steken nu spaak b1 ( let op de hartlijn: links van a1! ) van buiten naar binnen, en monteren hem naast het ventielgat. b2 enz. weer rechtsom monteren. We nemen nu kant A weer voor ons, en draaien de naaf rechtsom. We steken nu tussen a1 en a2 een spaak van binnen naar buiten. Afhankelijk van het gekozen vlechtpatroon kruisen, en onder de laatste spaak doorhalen. Nu het derde scherm afmaken, en de andere serie buitenste spaken monteren.

  FIG.12   

Bij een achterwiel met schijfrem, kunnen we zelfs een wieltje met aan de aandrijfzijde trekkende buitenste spaken maken, en aan de remkant statische buitenste spaken. Het minst moeilijk is dan eerst kant B te vlechten en daarna kant A; het is wel omslachtig en kost meer tijd.

  KLEINE WIELEN ZIJN MOEILIJKER TE BOUWEN:

    Bij kleine wielen, zoals 20 inch, kun je met minder spaken en minder kruisen genoegen nemen. De spaaklengtes zijn moeilijk te krijgen. Een gewone nippelspanner kun je soms niet gebruiken, want die past niet tussen de spaken als je 36 nippels hebt. Bij stuntfietsjes en choppers komt zelfs 48 spaken of meer voor. Omdat de fabrikanten veel soorten naven met 36 spaakgaten hebben, kiezen we vaak ook gewoon voor 36 spaaks 20" wieltjes. Over het voorwiel kan ik kort zijn: als er geen schijfrem in het voorwiel zit, spaak het dan radiaal met de spaakkoppen aan de buitenkant.

BIJ KLEINE WIELEN MOET JE KIEZEN TUSSEN MINDER GUNSTIGE OPLOSSINGEN, ZIE FIG.13! 

  Tekstvak: FIG.13
 Meer dan eenmaal kruisen levert soms al problemen op. De hoeken tussen velg en nippel zijn te scherp. Er ontstaat een drukpunt in de schuine nippel en dit kan leiden tot spaakbreuk. Hoewel het klungelig uitziet, kun je de spaak voor de nippel verbuigen; de sterkte lijdt daar nauwelijks onder en het stresspunt wordt minder zwaar belast. De naaf hiernaast met zeer hoge flenzen is een Sachs 12V; met een 36 spaaks 20" velg, levert tweemaal gekruist al problemen op!

  De hoge velgen, die tegenwoordig in de mode zijn, leveren bij het spaken van kleine wielen extra stress op, omdat ze, door de dikkere velgbodem, de nippel nog dwingender in de richting van de boring drukken. Tweemaal gekruist is dan al het maximum bij een 36 spaaks wiel. Bij toepassing van een gewone U-velg heb je wat meer mogelijkheden; zo'n velg is wel minder stijf, maar dat is bij kleine wielen helemaal geen probleem. Als je toch kiest voor aero-velgen zou je het nippelgaatje even na kunnen boren in de richting waar de nippel naar toe moet. Dit is heel tricky! Je moet dan aftekenen met een kleurstift welke kant je op wil met de nippel en hopen dat de velg deze mishandeling zonder problemen doorstaat. Zeker de keuze voor een combinatie met een schijfrem, geeft kans op extra stress!

 In de eerste drukken van mijn boekje "Het ABC van wieltjes spaken" stond nog een recept voor het bouwen van SA of Gazelle naven met een hoge en een lage flens, die voorzien was van lissen (zie FIG.3); u kunt die file hier downloaden.

 U zoekt iets speciaals, een naaf of velg? Deze jongens hebben (bijna) alles; helaas wel prijzig:  http://www.prowheelbuilder.com/about.php

 Vragen of  opmerkingen: contact                                                                             Deze pagina kunt u hier in PDF downloaden.