Naven zijn er in veel vormen en maten. Ook al zijn twee naven van hetzelfde type
(hoge of lage flens), er kunnen millimeters verschil in
diameter zijn, en dus in spaaklengte. De breedte van de voornaaf ligt gewoonlijk
tussen de 90 en 100mm; de breedte van de achternaaf tussen de 115 en 140mm. Let
op de hartlijnen in FIG.2; we kunnen hier goed zien dat de flenzen t.o.v.
elkaar verdraaid zijn!
De hoogte van de flens varieert van 30mm voor een lage flens tot 120mm voor een
trommelrem. Bij de oude types Sturmey Archer trommelrem kwam zelfs een hoge en
een lage flens voor (zie FIG.3 boven). Omdat de hoogte van de rem het onmogelijk
maakte om het wiel te vlechten, werden hier zgn. lissen gebruikt om de spaken in
te haken. Dit was geen fijn systeem; de belasting van de spaakkop was hoog,
omdat hij slechts gedeeltelijk gesteund werd door de flens. Het spaken van zo’n
wiel was lastig, omdat de kop steeds uit de lissen schoot; gelukkig heeft men nu
gekozen voor twee gelijke hoge flenzen. Het is onbegrijpelijk dat Shimano dit
idee weer uit de mottenballen haalde voor hun Deore M555 schijfremnaven (zie
FIG.3 onder).
FIG.1FIG.2
FIG.3
De
naaf van een wiel heeft twee flenzen waardoor de spaken gestoken worden. De
eerste serie spaken wordt van buiten naar binnen gestoken (zie spaak nummer 1 in
FIG.1 ; we noemen dit de binnenste spaken). De tweede serie van de
binnenkant van het wiel naar buiten gestoken (zie spaak nummer 2 in FIG.1:de buitenste spaken). Dit zijn de sterkste spaken in het wiel. Deze spaken staan verder uit elkaar, waardoor
ze extra belasting
beter aankunnen. De flenzen op de naaf staan verdraaid t.o.v. elkaar (zie
FIG.2). Let op de hartlijn tussen voorste en achterste flens. De
spaakgaten in de flenzen verspringen dus; dit is bij het vlechtwerk belangrijk! N.B.
Bij het spaken van een wiel beginnen we altijd met de binnenste
spaken.
De standaard
velgdiameters zijn "historisch" gegroeid d.w.z. er ontstonden in
diverse landen onderlinge afspraken tussen rijwiel- en
bandenindustrie, over de te gebruiken afmetingen. Deze landelijke
afspraken zijn de oorzaak van de enorme variëteit in maten en
maataanduidingen. Inmiddels staan op vrijwel alle banden ook z.g.n.
ETRTO-maten. Een voorbeeld is: 37-590. Het eerste getal geeft de
diameter van de band aan, in opgepompte toestand (37mm) het tweede
getal de diameter van de hieldraad; de plek waarop de band
zich vast klemt op de velg. We kennen deze maat ook als 26x1 3/8.
De engelse
28x1 1/2 maat is in ETRTO: 40x635. De franse
28x1 1/4 maat is in ETRTO: 32x622. De engelse
27x1 1/4 maat is in ETRTO: 32x630. Dit wil zeggen dat
de diameter van een franse 28 inch velg kleiner is, dan de diameter
van een engelse 27 inch velg. Het moet duidelijk zijn dat een
engelse 28 inch band niet past op een franse 28 inch velg en
omgekeerd! Op veel velgen staat de velgdiameter
en de velgbreedte ingegraveerd, bij voorbeeld: 622x18 (voor
racebandjes).
FIG.4
FIG.5 FIG.6
De
voornaamste types velgen zien we in FIG.4:
4A: Westwood velg;
deze wordt gebruikt op "gewone" fietsen, en uitgevoerd in
(roestvrij) staal.
4B: U-velg of
Endrick velg; uitgevoerd in staal, r.v.s., of aluminium op de
goedkopere sportfietsen, semi-racefietsen en A.T.B.’s.
4C: Tube velg: deze
wordt gebruikt in wedstrijdracefietsen of snelle trimfietsen.
Gewoonlijk uitgevoerd in aluminium, hoewel er ook houten en koolstof
velgen bestaan. De tubes worden op de velg gelijmd!
4D: Doosvelg met
hoornranden; deze worden gebruikt op supersportfietsen, racefietsen
en A.T.B.'s. Door de hoornranden wordt voorkomen, dat de hieldraad
van de bandjes van de velg schuift bij hoge bandenspanning (6 tot 9
bar). Als deze te laag is, kunnen de hoornranden snel beschadigd
raken.
4E:
Aero-velg (aerodynamisch dus); deze kan met hoornranden en als
tubevelg uitgevoerd worden. Dit levert zeer stijve velgen op, maar
de nippeldoorvoering wordt niet extra versterkt. De sterkte moet dus
uit de aluminium of carbon bodem komen en deze is daarom relatief
dik. Hiervoor zijn soms langere nippels nodig (14 of 16mm) en de
boring in de velg wijst gewoonlijk al in de richting waar de
fabrikant de spaak wil hebben. Er is dus niet altijd een vrije keuze
van spaakpatroon; radiaal of viermaal gekruist is soms niet
mogelijk.
Vroeger werden
onder de nippels nippelplaatjes geschoven om te voorkomen dat de
nippel door de velg zou scheuren. Tegenwoordig zit er meestal een
versterkingsringetje om het nippelgat (zie FIG.5A). Soms houdt dit
ringetje een bus vast die aan beide velgbodems (zie FIG.5B) trekt;
we noemen dit dubbelgebust (komt voor bij type 4C en D). Dit is de
sterkste constructie.
Westwood velgen
(type 4A) hebben meestal geen versterkingsring; ze worden geleverd in
voorwiel (14-er nippelgaatjes) en achterwieluitvoering (13-er
nippelgaatjes). Bij trommelremmen worden deze velgen vaak gedopt
uitgevoerd, d.w.z. het spaakgat bevindt zich in een voorgevormd putje
(zie FIG.6), dat reeds wijst in de richting waarin de spaak straks gaat
lopen. Dit is met name bij hoge flens naven gemakkelijk, omdat de hoek
tussen spaak en velg erg klein kan worden, waardoor de nippel de spaak
verbuigt. Dit levert een extra stresspunt op, en kan aanleiding zijn
voor spaakbreuk in de nippel. Bij gedopte velgen dienen de spaaklengtes
enkele mm's korter gekozen te worden als in gangbare tabellen wordt
aangegeven. Dit kan ook het geval zijn als het velgtype afwijkt van het
gangbare; een doosvelg zal t.o.v. een Westwood velg van dezelfde
bandenmaat, een kleinere velgdiameter hebben (van bodem tot bodem, de
hieldraad komt uiteraard op dezelfde plek): kies hier dan ook iets
kortere spaken.
FIG.7a FIG.7bFIG.8
De nippelgaten in een velg zitten
gewoonlijk uit het midden. Als we naar de binnenkant van het velgbed kijken,
ontstaan er t.o.v. het ventielgat twee patronen. Bij
FIG.7a staat het nippelgaatje boven het ventielgat LINKS uit het midden. Bij
FIG.7b staat RECHTS uit het midden.
N.B. Het heeft geen zin de velg om te
draaien!
De velgen met het patroon 7a zien we vooral
op derailleurfietsen.
De spaken in een racewiel die het zwaarst belast worden, zijn de spaken die de
aandrijfkrachten overbrengen. Bij het voorwiel maakt het niet uit; bij het
achterwiel wel. De tandwielen draaien het wiel rechtsom (met de
klok mee). De trekkracht van de ketting zorgt ervoor, dat de buitenste spaken extra krachten krijgen te verwerken!
Het patroon 7b zien we in gewone toer- en
sportfietsen met een remnaaf.
De
remkrachten van een naafrem of schijfrem zijn groter dan de
aandrijfkrachten! Het voorwiel, dat bij velgremmen weinig extra belasting
heeft, krijgt nu te maken met het koppel van de rem. De buitenste spaken, die het sterkst zijn, moeten
hier de remkracht opnemen: deze draait tegen de klok in (linksom). De binnenste
spaken moeten dus de aandrijfkracht opnemen (rechtsom). Dit is de reden waarom de velgen in een
toerfiets met remnaven RECHTS worden uitgevoerd en rechtsom gespaakt! Het spaakgat op de velg boven het ventiel zit dan rechts uit het midden (zie
FIG.7b).Overigens geven
ook de lage verzetten op mountainbikes hogere spaakbelastingen dan de
gebruikelijke verzetten op racefietsen.
De belangrijkste bron van
problemen voor derailleurachterwielen, is het feit dat deze paraplu-gespaakt
(FIG.8A) worden. De afstand tussen de flenzen is in een achterwiel vaak kleiner
dan in een voorwiel, om ruimte te maken voor de tandwielen. Het zwaar belaste
achterwiel is daardoor zijdelings minder stijf. Omdat rechts het freewheel zit,
en de velg toch in het midden van het frame moet lopen, staan de spaken in het
aandrijfscherm veel strakker. Zeker de trekkende spaken rechts werken
voortdurend onder hoogspanning. Een methode om het spanningsverschil te
verminderen, is het inbouwen van een asymmetrische velg (o.a. Ritchey velgen en
Rolf wielen). Hier liggen de nippelgaatjes allemaal links uit het midden
(FIG.8B). Dit is natuurlijk alleen een velg voor achterwielen! Shimano kruist
van de spaken in het verticale vlak (zie FIG.8C). Hierdoor is de spaakspanning
links en rechts nagenoeg gelijk. De spaakkoppen, helaas nog wel met bocht,
verhuizen naar de velg en de nippels komen in de naafflens. De naafflens bestaat
dan uit aluminium blokjes waarin de nippels passen.
Vergelijkbare blokjes vinden
we ook bij naven voor conische spaken. Het zwakste punt van het wiel, de
spaakbocht, verdwijnt op die manier. De blokjes vreten wel ruimte op de naaf; er
kunnen dus minder spaken gemonteerd worden. Dat is niet zo erg; minder spaken
besparen gewicht en luchtweerstand. Bij voorwielen valt veel winst te behalen in
vermindering van luchtweerstand; het achterwiel zit in het zog van de zitbuis.
Het aantal spaakgaten varieert van 12
voor een kinderfietsje, tot 48 voor een tandem. Omdat het aantal spaken links en
rechts gelijk is, en er evenveel binnenste als buitenste spaken zijn, is het aantal spaakgaten een veelvoud van vier. De standaard is 36 gaats. Begin alle
vlechtpatronen steeds vanaf het ventielgat. Anders ontstaat soms er een kruising
van spaken boven het ventiel, hetgeen oppompen van de band moeilijk maakt. Het
vlechtwerk voor alle spaakpatronen is nagenoeg identiek. Bij een bepaalde spaaklengte + naaf + velg, ligt het spaakpatroon feitelijk vast.
SPAKEN EN NIPPELS
Het is vaak moeilijk weinig
gebruikte spaakmaten te krijgen; weliswaar is het meeste te bestellen (per 100
of per gros!), maar vanwege levertijd en leverbaarheid, moeten we soms spaken
kopen die iets afwijken van de gewenste maat. Tussen te kort en te lang zit 4mm.
Als de spaken door de nippels naar buiten komen hadden we 2mm korter moeten
nemen, en als we nog schroefdraad op de spaak kunnen zien, 2mm langer. De draad
op de spaak is gerold d.w.z. het materiaal uit de "dalen" vormt de "heuvels"; de
draad is dus het dikste deel van de spaak! De schroefdraad is engels b.v. 14xWW
1/56 (dus 1/14 inch WhitWorth met 56 gangen per inch).
Een spaak nr.14 heeft een dikte van 2mm; een spaak
nr.15 heeft een dikte van 1,8mm en spaak nr.13 heeft een dikte van 2,3mm. Veel
racespaken hebben dikkere uiteindes, dus 14-15-14 betekent dat het dunste deel
(het midden) 1,8mm is en 2mm bij de uiteindes. De schroefdraad is dikker dan
2mm, want die is erop gewalst. Een fijn gereedschapje voor het meten, is het
spaakkaliber (pasmaat) #1059 van Parktool. Bij de huidige generatie naven is de
toepassing van spaaknr.15 niet zo logisch. De tendens is minder en sterkere
spaken. De gaten in de naaf vallen dan groot uit. Als de spaakkop onvoldoende
gesteund wordt; is daardoor de kans op breuk achter de kop groter. Met
Recordnaven van Campa uit de jaren 70, was dit probleem er niet en heb ik veel gebouwd met de
15-16-15 van Alpina. Let hierbij wel op dat je alleen 15er nippels gebruikt,
want het toepassen van 14er nippels leidt tot spaakbreuk in de nippel !
Omdat veel velgen
alleen geschikt zijn voor 14-er nippels, zijn er tegenwoordig ook wel 14-er
nippels met een 13-er draad; de wanddikte is echter minimaal; deze nippels raken
snel beschadigd. Er zijn ook 13-er spaken waar een 14-er draad op zit, een
beetje betere oplossing, mits de spaken niet te lang zijn; deze draad is
namelijk gesneden: de nippel loopt vast op de spaak en er is een kans op breuk
in de nippel, omdat de schroefdraad het zwakste punt is! De nippels zijn meestal
van vernikkeld messing; dure nippels zijn van sterk aluminium. Bij Sapim kunnen
we tegenwoordig ook nippels krijgen waar bolletjes borgvloeistof in zitten. Bij
het monteren werkt dit als smering en na uitharding als borging. Er zijn ook
busjes "Spokeprep" of "Spokefreeze" te koop met eenzelfde
werking. Het borgmiddel voorkomt bovendien corrosie in de nippel; zelfs een beetje vasiline aan de schroefdraad van de
spaak doet dit (het smeert ook tijdens het op spanning brengen, maar lijnolie
werkt hiervoor beter). Zonder smering
gaat het aandraaien soms stroef en lijkt het of er al veel spanning op de spaak
staat, terwijl eigenlijk de schroefdraad van de nippel of de spaak wat beschadigd is.
Goedkope spaken
zijn van koolstofstaal, tegen roest beschermd door verzinken, vernikkelen of
verchromen. Kwaliteitsspaken zijn van chroomstaal als X30Cr13 (Hoshi) of chroomnikkelstaal
zoals X5CrNi18-8 (Sapim en Alpina) en X5CrNi18-10 (DT). Rijke grammenjagers
kunnen zelfs titanium spaken kopen bij DT. Voor speciale wielen zijn er
kunststof spaken verkrijgbaar o.a. Vectran spaken voor Spox wielen en carbon van
het Taiwanese CN-spokes. Mavic gebruikt voor de Ksyrium SL aluminium spaken van
Zicral (AA7075). Al deze speciale spaken zijn duur, soms € 5 tot € 10 per stuk en
ze passen vaak slechts in een merk wielen of zelfs slechts in een type wiel van
dat merk.
Een ervaren wielenbouwer weet welke spaaklengte bij een bepaalde naaf/velg
combinatie en vlechtpatroon hoort. Bij weinig gebruikte combinaties kan hij
tabellen gebruiken, of de spaaklengte berekenen. De spaak kan door rekken en het
zetten van de spaakkop in het gaatje van de naafflens, wel 2 mm langer worden,
maar door de dikte van de nippel boven het velgbed niet mee te rekenen,
compenseert zich dit. Bij de
berekening van spaaklengtes gebruiken we ouderwetse meetkunde! Pas de
cosinusregel toe in in de blauwe driehoek in fig.9a: (L´)2 =(R1)2+(R2)2-2(R1)(R2)cos
α ; pas
Pythagoras toe in de rode driehoek in fig.9b: L2=(L´)2 +A2 ; de
spaaklengteL is nu:√
{(R1)2+(R2)2+A2-2(R1)(R2)cos
α }, waarbij α afhangt van het vlechtpatroon en het aantal spaken in
het wiel. Dit leidt tot de vetgedrukte formule in het kader ( α = Kx720°/N).
FIG.9a FIG.9b
Deze
formule klopt redelijk, maar niet iedereen wil met de calculator aan de slag. In
het verleden heb ik een Basic-programmaatje geschreven voor deze berekening; het
werkt met Windows XP (
spaakbasic.zip ), maar niet onder
Vista. Voor mensen die met
Windows 7 werken: door het starten van het programma "spaakbasic" in XP of 2000
mode uit te voeren, kun je het gewoon gebruiken.
Verder heb ik
het programma omgezet in
een spreadsheet in Excel; u ziet het ding hieronder
staan. Gewoon de gevraagde maten opmeten en intikken en de aanbevolen
spaaklengte rolt eruit. Het werkt helaas alleen online als u Excel 2003
op uw computer heeft staan en ActiveX toestaat. Als u een oudere versie van
Excel heeft of met Open Office werkt, kunt u de file als .zip hier
downloaden; lukt
het niet dan kan ik u de file wel
mailen ( contact ).
Zoekt u een programma dat onder Vista werkt, dan kunt U het programma gebruiken dat Piet Paardekam gemaakt heeft:
spaken.zip.
Dit programma kan bovendien afmetingen van naven archiveren. Af en toe, vaak
rond carnaval, vraagt er iemand om een recept voor een excentrisch wiel. Op
www.bikeforest.com/CAD/hulaCAD.html kunt u een spaaklengte berekening
hiervoor vinden.
EXCELPROGRAMMA VOOR BEREKENING VAN
SPAAKLENGTES
FIG.10
Al het
rekenwerk zal in veel werkplaatsen vervangen worden door standaard
tabellen. Deze zijn niet zo betrouwbaar als het rekenwerk, maar als het
standaard naven en velgen betreft, kun je snel beginnen en komt het
gewoonlijk goed uit:
Tabel Spaaklengtes
Voor 36 spaaks wielen zijn 3x en 4x kruisend geschikte spaakpatronen. Het 4X
kruisen levert problemen op met een lage flens naaf, omdat de spaken over
elkaar gaan lopen. Bij hoge flenzen gaat het prima. Een hoge flens geeft
bovendien een lagere spaakbelasting dan een lage flens; als de flens
twee maal zo hoog is, wordt de spaakbelasting door aandrijving gehalveerd.
Naarmate meer spaken in het wiel zitten, kunnen we vaker kruisen. Een 48 of
44 spaaks wiel kan 5x gekruist worden; een
40 of 36 spaaks wiel maximaal 4x. Een 32 of 28 spaaks wiel
3x; 24 of 20 2x, een 16 spaaks 1x.
Bij kleine wielen, zoals 20 inch, neem ik met minder
kruisen en minder spaken genoegen. De spaak komt anders te schuin in de velg
(gevaar voor spaakbreuk in de nippel). Het kan nuttig zijn het nippelgat in
de velg even wat schuin na te boren met de Dremel, om buigspanning in de
nippel te beperken. Kleine wielen zijn sowieso sterker en
stijver; de spaken hebben een kleinere spanningswisseling bij het rijden. Ze hebben bovendien een lagere spaakbelasting
door de aandrijving (kleinere
aandrijfkracht en meer toeren per minuut). Vaak kruisen is dan ook niet zo
noodzakelijk, behalve als we een naafrem of schijfrem gebruiken.
HET SPAKEN VAN WIELEN
Er
is feitelijk weinig verschil tussen het vlechten van een voorwiel of een
achterwiel. Een voorwiel zonder
remnaaf of schijfrem kunnen we op alle mogelijke manieren spaken. Het
lichtst, het sterkst en het stijfst, zijn radiaal gespaakte wielen. In deze
wielen kunnen we gerust minder spaken gebruiken. Bij achterwielen is de zaak
gecompliceerder. We zouden ernaar moeten streven het parapluspaken te
vermijden. Dit kan door brede naven en achtervorken te nemen, of door
asymmetrische frames te bouwen. Voor een 36 of 32 spaaks wiel is 3 x
gekruist gewenst.
Eigenlijk kunnen
we in een voorwiel zonder remnaaf elk vlechtpatroon gebruiken. Een goed gespaakt
voorwiel levert nooit problemen op. Bij een achterwiel dient minstens een
scherm, liefst meerdere malen, gekruist te zijn (afhankelijk van het
aantal spaken).
NB: Volgens de
onderstaande standaard instructies leidt het linksom spaken van een linkse velg tot trekkende
buitenste spaken en het rechtsom spaken van een rechtse velg tot trekkende
binnenste spaken. Voor een meervoudig
gekruist wiel, zie:
Er zijn
weinig fabrikanten en fietsenmakers die echt garantie geven op hun
wielen. Shimano geeft geen garantie op de standaard naaf als deze
radiaal gespaakt wordt! Toch zijn hun naven niet slechter dan die van de
concurrenten. Bij 36 spaaks wielen geeft een advieswaarde van 500N meestal geen problemen;
bij minder spaken of grotere belastingen, moet je de voorspanning verhogen,
omdat de spanningswisselingen groter worden, naarmate er minder spaken zijn. Voor
radiaal spaken ga ik niet hoger dan 800N bij standaard naven. Bij vervanging van
spaken in fabriekswielen, moet je je houden aan de spaakspanning die de
fabrikant voorschrijft. Dan heb je dus zo'n
spaakspanningsmeter nodig.
De spaakspanning in 16 spaaks fabriekswielen kan oplopen tot zo'n 1500N!
Die hoge spanningen zijn noodzakelijk bij wielen met weinig spaken. Een wiel met extra hoge voorspanning is niet echt sterker, maar
de spaken hebben geen neiging om los te lopen. De kans op spaakbreuk is
wel wat groter en je krijgt bij breuk een grotere slag in je wiel. Vervelender is,
dat tijdens de breuk grote piekspanningen ontstaan, die andere spaken
over de rekgrens kunnen trekken. Ook de velg kan permanent vervormd
raken; zodoende kan het wieltje door een breuk structureel instabiel
worden. Bij hoge voorspanningen, boven de 1000N, is het daarom niet
altijd zinvol de gebroken spaak te vervangen. Helaas kom je hier pas
achter, als je het gerepareerde wieltje weer gaat gebruiken.
De gewichtsbelasting is een belangrijke
factor voor de levensduur; het voorwiel gaat hierdoor zeker 2X zolang mee als
het achterwiel (bij een gelijk aantal spaken en dezelfde velgen). Bij
racewielen met 23mm bandjes op 8 bar ligt de levensverwachting van het
wiel lager dan bij 42mm en 5 bar. Bij mijn tandems (zeer hoge
gewichtsbelasting), gaf de overstap van 28" racewielen naar 26" ATB-wielen de oplossing voor alle spaakproblemen.
Het
bouwen van het wiel is het kritische moment; hier wordt de basis gelegd
voor de levensduur. Kies een goede spaakkwaliteit, gebruik een
gelijkmatige en juiste voorspanning, ronde velgen en fatsoenlijke naven
(Shimano Deore is een prijs/kwaliteit topper). Een spaakbreuk is
vervelend, maar er kan toevallig een mottige spaak tussen gezeten
hebben. Bij een tweede spaakbreuk in hetzelfde wiel, vertrouw ik het
niet meer; dan spaak ik het over. De voorwielen uit mijn "tubewielen-tijdperk"
gingen soms tienduizenden kilometers mee. De achterwielen haalden de
tienduizend kilometer soms niet eens. Bij de huidige generatie wielen
met hogedruk bandjes, is de velgslijtage meestal de reden om het
wieltje af te keuren. Hier zitten grote drukken op de velgwand; zeker in
een voorwiel leidt dit tot levensgevaarlijke situaties! Als je
veel in de blubber rijdt, moet je daarom de velgslijtage goed in de gaten
houden en soms ook wieltjes afkeuren die nog geen 10.000 gelopen hebben.
HIERONDER
STAAT IETS VOOR DE ERVAREN WIELENBOUWER, DIE ECHT WIL OPTIMALISEREN:
Als u een linkse velg met de
binnenste spaken trekkend wil maken, bij voorbeeld omdat u een
schijfrem monteert, moet u het vlechtwerk aanpassen. Zie FIG.12:
Steek a1 van buiten naar binnen, in het tweede
nippelgaatje, rechts van het ventiel. Een gaatje overslaan op de
flens, en 3 gaatjes op de velg (beiden naar rechts!). Rechtsom
blijven werken tot de eerste 9 spaken erin zitten. We steken nu
spaak b1 ( let op de hartlijn: links van
a1! ) van buiten naar binnen, en monteren hem
naast het ventielgat. b2 enz. weer rechtsom
monteren. We nemen nu kant A weer voor ons, en draaien de naaf
rechtsom. We steken nu tussen a1 en
a2
een spaak van binnen naar buiten. Afhankelijk van het gekozen
vlechtpatroon kruisen, en onder de laatste spaak doorhalen. Nu het
derde scherm afmaken, en de andere serie buitenste spaken monteren.
FIG.12
Bij een
achterwiel met schijfrem, kunnen we zelfs een wieltje met aan de
aandrijfzijde trekkende buitenste spaken maken, en aan de remkant statische buitenste spaken. Het
minst moeilijk is dan eerst kant B te vlechten en daarna kant A; het
is wel omslachtig en kost meer tijd.
KLEINE
WIELEN ZIJN MOEILIJKER TE BOUWEN:
Bij kleine wielen, zoals 20 inch, kun je met minder spaken en minder
kruisen genoegen nemen. De
spaaklengtes zijn moeilijk te krijgen. Een gewone
nippelspanner kun je soms niet gebruiken, want die past
niet tussen de spaken als je 36 nippels hebt.
Bij stuntfietsjes en choppers komt zelfs 48 spaken of
meer voor. Omdat de
fabrikanten veel soorten naven met 36 spaakgaten hebben,
kiezen we vaak ook gewoon voor 36 spaaks 20"
wieltjes. Over het voorwiel kan ik kort zijn:als er
geen schijfrem in het voorwiel zit, spaak het dan
radiaal met de spaakkoppen aan de buitenkant.
BIJ KLEINE WIELEN MOET JE KIEZEN
TUSSEN MINDER GUNSTIGE OPLOSSINGEN, ZIE FIG.13!
De hoge velgen,
die tegenwoordig in de mode zijn, leveren bij het spaken
van kleine wielen extra stress op, omdat ze, door de
dikkere velgbodem, de nippel nog dwingender in de
richting van de boring drukken. Tweemaal gekruist is dan al het maximum
bij een 36 spaaks wiel. Bij toepassing
van een gewone U-velg heb je wat meer mogelijkheden;
zo'n velg is wel minder stijf, maar dat is bij kleine
wielen helemaal geen probleem. Als je toch kiest voor
aero-velgen zou je het nippelgaatje even na kunnen boren
in de richting waar de nippel naar toe moet. Dit is heel
tricky! Je moet dan aftekenen met een kleurstift welke
kant je op wil met de nippel en hopen dat de velg deze
mishandeling zonder problemen doorstaat. Zeker de
keuze voor een combinatie met een schijfrem, geeft kans op extra stress!
In
de eerste drukken van mijn boekje "Het ABC van wieltjes
spaken" stond nog een recept voor het bouwen van SA of
Gazelle naven met een hoge en een lage flens, die
voorzien was van lissen (zie FIG.3); u kunt die file
hier
downloaden.